BWBR0012021
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 9
Uitvoeringsbesluit pluimveerechten Meststoffenwet
1. De omvang van het pluimveerecht van een bedrijf ten aanzien waarvan voldaan is aan de voorwaarden, gesteld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel b, van de weten gesteld in deze paragraaf, komt overeen met de overeenkomstig hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van de artikelen 58k en 58m, van de wetbepaalde hoeveelheid, vermeerderd met de door de belanghebbende bij de melding aangegeven hoeveelheid fosfaat.
2. Ingeval de belanghebbende ingevolge artikel 58k, eerste lid, onderdeel b, van de weteen verzoek om doorhaling doet, en het voor het bedrijf geldende niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen ten gevolge van de registratie van een of meer na 11 april 1999 gedane kennisgevingen van verplaatsing per saldo is verkleind, dan komt de door de belanghebbende aangegeven hoeveelheid fosfaat ten hoogste overeen met:
– het varkensrecht waarop de belanghebbende op grond van hoofdstuk II en artikel 24 van de Wet herstructurering varkenshouderij ten hoogste aanspraak kon maken, welk deel wordt uitgedrukt in kilogrammen fosfaat door vermenigvuldiging van het aantal varkenseenheden met 7,4 kilogram fosfaat, verminderd met
– de hoeveelheid fosfaat waarmee de latente ruimte, bedoeld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel b, van de wet de hoeveelheid fosfaat overstijgt die wordt bepaald door het op 31 december 2000 voor het bedrijf geldende niet-gebonden mestproductierecht te verminderen met de overeenkomstig hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van de artikelen 58k en 58m, van de wet bepaalde hoeveelheid fosfaat, althans voor zover deze laatstbedoelde hoeveelheid niet groter is dan het op 31 december 2000 geldende niet-gebonden mestproductierecht.
3. De vermindering, bedoeld in het tweede lid, eerste gedachtestreepje, geschiedt ten hoogste voor een hoeveelheid fosfaat die overeenkomt met de hoeveelheid waarmee het niet-gebonden mestproductierecht geldend tot 1 januari 2001 per saldo is verminderd ten gevolge van de registratie van kennisgevingen van verplaatsing die zijn gedaan na 11 april 1999.
2. Ingeval de belanghebbende ingevolge artikel 58k, eerste lid, onderdeel b, van de weteen verzoek om doorhaling doet, en het voor het bedrijf geldende niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen ten gevolge van de registratie van een of meer na 11 april 1999 gedane kennisgevingen van verplaatsing per saldo is verkleind, dan komt de door de belanghebbende aangegeven hoeveelheid fosfaat ten hoogste overeen met:
– het varkensrecht waarop de belanghebbende op grond van hoofdstuk II en artikel 24 van de Wet herstructurering varkenshouderij ten hoogste aanspraak kon maken, welk deel wordt uitgedrukt in kilogrammen fosfaat door vermenigvuldiging van het aantal varkenseenheden met 7,4 kilogram fosfaat, verminderd met
– de hoeveelheid fosfaat waarmee de latente ruimte, bedoeld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel b, van de wet de hoeveelheid fosfaat overstijgt die wordt bepaald door het op 31 december 2000 voor het bedrijf geldende niet-gebonden mestproductierecht te verminderen met de overeenkomstig hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van de artikelen 58k en 58m, van de wet bepaalde hoeveelheid fosfaat, althans voor zover deze laatstbedoelde hoeveelheid niet groter is dan het op 31 december 2000 geldende niet-gebonden mestproductierecht.
3. De vermindering, bedoeld in het tweede lid, eerste gedachtestreepje, geschiedt ten hoogste voor een hoeveelheid fosfaat die overeenkomt met de hoeveelheid waarmee het niet-gebonden mestproductierecht geldend tot 1 januari 2001 per saldo is verminderd ten gevolge van de registratie van kennisgevingen van verplaatsing die zijn gedaan na 11 april 1999.