BWBR0012021
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 2
Uitvoeringsbesluit pluimveerechten Meststoffenwet
1. De in 1998 op het bedrijf geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen, bedoeld in artikel 58k, eerste lid, onderdelen c en d, en tweede lid, onderdeel c, van de wet, en in de artikelen 11, tweede lid, en 12, tweede lid, wordt bepaald door het gemiddeld aantal in 1998 gehouden, uitgeschaarde of tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren, van de binnen deze diersoorten onderscheiden diercategorieën, opgenomen in bijlage A bij de wet, zoals dit aantal met betrekking tot 1998 en het desbetreffende bedrijf is opgegeven in de aangifte van de heffingen, bedoeld in de artikelen 14en 22 van de wetdan wel, bij gebreke daarvan, zoals dit aantal is vermeld op de opgave, bedoeld in artikel 11 van de Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet, te vermenigvuldigen met de forfaitaire productienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat per dier per jaar, opgenomen in bijlage A bij de wet.
2. De gegevens van de aangifte en de correcties daarop, en van de opgave, worden slechts in aanmerking genomen voorzover deze door het Bureau Heffingen zijn ontvangen vóór 1 januari 2001.
3. Indien in 1998 overdracht van het bedrijf heeft plaatsgevonden, wordt voor de toepassing van het eerste lid in aanmerking genomen de som van de door de vervreemder en door de verwerver van het bedrijf voor dat jaar ten aanzien van het bedrijf opgegeven aantallen kippen en kalkoenen, zoals deze aantallen over het gehele jaar zijn gemiddeld.
4. Artikel 58y, derde lid, van de wetis van overeenkomstige toepassing op het in de artikelen 4, tweede en derde lid, 14, vierde lid, en 15, tweede lid, bedoelde mestproductierecht.
2. De gegevens van de aangifte en de correcties daarop, en van de opgave, worden slechts in aanmerking genomen voorzover deze door het Bureau Heffingen zijn ontvangen vóór 1 januari 2001.
3. Indien in 1998 overdracht van het bedrijf heeft plaatsgevonden, wordt voor de toepassing van het eerste lid in aanmerking genomen de som van de door de vervreemder en door de verwerver van het bedrijf voor dat jaar ten aanzien van het bedrijf opgegeven aantallen kippen en kalkoenen, zoals deze aantallen over het gehele jaar zijn gemiddeld.
4. Artikel 58y, derde lid, van de wetis van overeenkomstige toepassing op het in de artikelen 4, tweede en derde lid, 14, vierde lid, en 15, tweede lid, bedoelde mestproductierecht.