BWBR0012021
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 11
Uitvoeringsbesluit pluimveerechten Meststoffenwet
1. De omvang van het pluimveerecht van een bedrijf ten aanzien waarvan voldaan is aan de voorwaarden, gesteld in artikel 58k, eerste lid, onderdeel c, van de wetkomt overeen met de overeenkomstig hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van de artikelen 58k en 58m, van de wetbepaalde hoeveelheid, vermeerderd met de door de belanghebbende bij de melding aangegeven hoeveelheid fosfaat.
2. De door de belanghebbende aangegeven hoeveelheid fosfaat komt ten hoogste overeen met de in 1998 geproduceerde hoeveelheid meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen, verminderd met de in het referentiejaar door deze diersoorten geproduceerde hoeveelheid meststoffen.
3. Artikel 58h, tweede en derde lid, van de wetis van overeenkomstige toepassing op het tweede lid, met dien verstande dat in plaats van «het referentiejaar» wordt gelezen «1998», en dat van de op het bedrijf plaatsgevonden productie van dierlijke meststoffen afkomstig van varkens alleen de productie in de periode van 1 januari tot 1 september 1998 in aanmerking wordt genomen.
4. Voor de toepassing van het tweede lid wordt de in 1998 geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kippen enkalkoenen slechts in aanmerking genomen voorzover deze hoeveelheid kleiner is dan de voor elk van de jaren 1995, 1996 en 1997 berekende hoeveelheid fosfaat die wordt bepaald door de som van het grondgebonden mestproductierecht en 83% van het niet-gebonden mestproductierecht, geldend voor het desbetreffende jaar, te verminderen met de in het desbetreffende jaar geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van andere in bijlage A bij de wetgenoemde diersoorten dan kippen en kalkoenen.
2. De door de belanghebbende aangegeven hoeveelheid fosfaat komt ten hoogste overeen met de in 1998 geproduceerde hoeveelheid meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen, verminderd met de in het referentiejaar door deze diersoorten geproduceerde hoeveelheid meststoffen.
3. Artikel 58h, tweede en derde lid, van de wetis van overeenkomstige toepassing op het tweede lid, met dien verstande dat in plaats van «het referentiejaar» wordt gelezen «1998», en dat van de op het bedrijf plaatsgevonden productie van dierlijke meststoffen afkomstig van varkens alleen de productie in de periode van 1 januari tot 1 september 1998 in aanmerking wordt genomen.
4. Voor de toepassing van het tweede lid wordt de in 1998 geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kippen enkalkoenen slechts in aanmerking genomen voorzover deze hoeveelheid kleiner is dan de voor elk van de jaren 1995, 1996 en 1997 berekende hoeveelheid fosfaat die wordt bepaald door de som van het grondgebonden mestproductierecht en 83% van het niet-gebonden mestproductierecht, geldend voor het desbetreffende jaar, te verminderen met de in het desbetreffende jaar geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van andere in bijlage A bij de wetgenoemde diersoorten dan kippen en kalkoenen.