BWBR0012021
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 15
Uitvoeringsbesluit pluimveerechten Meststoffenwet
1. De omvang van het pluimveerecht van een daartoe aangemeld bedrijf ten aanzien waarvan ingevolge krachtens artikel 59 van de wetontheffing is verleend van het uitbreidingsverbod, neergelegd in artikel 55 van de wet, zoals dat luidde onmiddellijk vóór inwerkingtreding van artikel 58c van de wet, en dat is ontstaan door splitsing in de periode tussen 5 november 1998 en het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c van de wet, wordt in afwijking van artikel 58g, eerste lid, van de wetbepaald overeenkomstig het tweede lid, indien voldaan wordt aan de voorwaarde, gesteld in het derde lid.
2. Het pluimveerecht komt overeen met het pluimveerecht zoals dat voor het oorspronkelijke bedrijf ingevolge hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van artikel 58k, van de wetdan wel ingevolge hoofdstuk 2, paragrafen 1 tot en met 4, of artikel 15zou hebben gegolden indien de splitsing niet had plaatsgevonden. Het pluimveerecht is niet hoger dan het op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c van de wetvoor het bedrijf geldende mestproductierecht.
3. De belanghebbende doet bij de melding, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van het pluimveerecht van het bedrijf dat voor de splitsing, bedoeld in het eerste lid, tezamen met het overeenkomstig het eerste lid aangemelde bedrijf één bedrijf was, een kennisgeving van het vervallen van het pluimveerecht zoals dat onmiddellijk op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c van de wetgold.
2. Het pluimveerecht komt overeen met het pluimveerecht zoals dat voor het oorspronkelijke bedrijf ingevolge hoofdstuk V, titel 2, paragraaf 3, met uitzondering van artikel 58k, van de wetdan wel ingevolge hoofdstuk 2, paragrafen 1 tot en met 4, of artikel 15zou hebben gegolden indien de splitsing niet had plaatsgevonden. Het pluimveerecht is niet hoger dan het op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c van de wetvoor het bedrijf geldende mestproductierecht.
3. De belanghebbende doet bij de melding, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van het pluimveerecht van het bedrijf dat voor de splitsing, bedoeld in het eerste lid, tezamen met het overeenkomstig het eerste lid aangemelde bedrijf één bedrijf was, een kennisgeving van het vervallen van het pluimveerecht zoals dat onmiddellijk op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c van de wetgold.