BWBR0011899
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 3.4
Regeling procedure inzake het omgaan met een vermoeden van een misstand
1. Jaarlijks wordt een jaarverslag door de Commissie opgesteld.
2. In dat verslag worden in geanonimiseerde zin en met inachtneming van de terzake geldende wettelijke bepalingen per diensteenheid vermeld: a. het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een misstand; b. het aantal meldingen dat niet tot een onderzoek heeft geleid; c. het aantal ondernomen onderzoeken die de Commissie heeft verricht, en d. het aantal adviezen en de aard van de adviezen die zij heeft uitgebracht.
3. Dit jaarverslag wordt gestuurd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. In dat verslag worden in geanonimiseerde zin en met inachtneming van de terzake geldende wettelijke bepalingen per diensteenheid vermeld: a. het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een misstand; b. het aantal meldingen dat niet tot een onderzoek heeft geleid; c. het aantal ondernomen onderzoeken die de Commissie heeft verricht, en d. het aantal adviezen en de aard van de adviezen die zij heeft uitgebracht.
3. Dit jaarverslag wordt gestuurd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.