BWBR0011899
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 2.2
Regeling procedure inzake het omgaan met een vermoeden van een misstand
1. Binnen een periode van acht weken vanaf het moment van de interne melding wordt betrokkene door of namens het bevoegd gezag schriftelijk op de hoogte gebracht van een inhoudelijk standpunt omtrent het gemeld vermoeden van een misstand.
2. Indien het standpunt niet binnen acht weken kan worden gegeven, wordt betrokkene door of namens het bevoegd gezag hiervan in kennis gesteld en aangegeven binnen welke termijn hij een standpunt tegemoet kan zien.
3. Betrokkene kan het vermoeden van een misstand melden bij de Commissie, indien:
a. hij het niet eens is met het standpunt, of
b. hij geen standpunt heeft ontvangen binnen de vereiste termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, of
c. de termijn, bedoeld in het tweede lid, gelet op alle omstandigheden onredelijk lang is, of
d. hij van mening is dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 2.1., zesde lid
2. Indien het standpunt niet binnen acht weken kan worden gegeven, wordt betrokkene door of namens het bevoegd gezag hiervan in kennis gesteld en aangegeven binnen welke termijn hij een standpunt tegemoet kan zien.
3. Betrokkene kan het vermoeden van een misstand melden bij de Commissie, indien:
a. hij het niet eens is met het standpunt, of
b. hij geen standpunt heeft ontvangen binnen de vereiste termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, of
c. de termijn, bedoeld in het tweede lid, gelet op alle omstandigheden onredelijk lang is, of
d. hij van mening is dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 2.1., zesde lid