BWBR0011823
Geldig vanaf 2023-03-29
Artikel 76
Vreemdelingenwet 2000
1. Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een beschikking omtrent de afgifte van de machtiging tot voorlopig verblijf, bedoeld in artikel 1a, onderdeel b, de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14of 20, dan wel de ongewenstverklaring, bedoeld in artikel 67, wordt in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/7:10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>beslist binnen negentien weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
2. Onverminderd <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/7:10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, kan de beslissing worden verdaagd voor ten hoogste dertien weken indien naar het oordeel van Onze Minister voor de beoordeling van het bezwaarschrift advies van of onderzoek door derden of het openbaar ministerie nodig is.
2. Onverminderd <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/7:10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, kan de beslissing worden verdaagd voor ten hoogste dertien weken indien naar het oordeel van Onze Minister voor de beoordeling van het bezwaarschrift advies van of onderzoek door derden of het openbaar ministerie nodig is.