BWBR0011823
Geldig vanaf 2023-03-29
Artikel 53b
Vreemdelingenwet 2000
1. <a href="/wet/BWBR0006763/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 10 van de Algemene wet op het binnentreden</a>is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid tot doorzoeking.
2. In aanvulling op <a href="/wet/BWBR0006763/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 van de Algemene wet op het binnentreden</a>vermeldt de ambtenaar die de doorzoeking, bedoeld in artikel 53a, eerste en tweede lid, heeft verricht, in het schriftelijk verslag op welke gronden werd aangenomen dat deze redelijkerwijs noodzakelijk was voor de tijdelijke inbewaringneming van de zaken, bedoeld in artikel 53a, eerste en tweede lid.
3. Het verslag wordt toegezonden aan de officier van justitie.
2. In aanvulling op <a href="/wet/BWBR0006763/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10 van de Algemene wet op het binnentreden</a>vermeldt de ambtenaar die de doorzoeking, bedoeld in artikel 53a, eerste en tweede lid, heeft verricht, in het schriftelijk verslag op welke gronden werd aangenomen dat deze redelijkerwijs noodzakelijk was voor de tijdelijke inbewaringneming van de zaken, bedoeld in artikel 53a, eerste en tweede lid.
3. Het verslag wordt toegezonden aan de officier van justitie.