BWBR0011823
Geldig vanaf 2023-03-29
Artikel 106
Vreemdelingenwet 2000
1. Indien de rechtbank de opheffing van een maatregel strekkende tot vrijheidsontneming of -beperking beveelt, dan wel de vrijheidsontneming of -beperking reeds voor de behandeling van het verzoek om opheffing van die maatregel wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling een vergoeding ten laste van de Staat toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/534" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 534</a>en <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/536" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">536 van het Wetboek van Strafvordering</a>zijn van overeenkomstige toepassing. Indien de vreemdeling na het indienen van zijn verzoek is overleden, geschiedt de toekenning ten behoeve van zijn erfgenamen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de opheffing van de maatregel strekkende tot vrijheidsontneming of -beperking beveelt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de opheffing van de maatregel strekkende tot vrijheidsontneming of -beperking beveelt.