BWBR0011793
Geldig vanaf 2000-11-26
Artikel 5
Regeling beschikbare middelen verstrekkingen en vergoedingen Zfw 2001
Het College zorgverzekeringen verdeelt het macro-deelbudget variabele kosten van ziekenhuisverpleging als volgt:
a. het College zorgverzekeringen maakt een voorlopige verdeling op basis van de verzekerdenaantallen naar leeftijd, geslacht, verzekeringsgrond en regio, met inachtneming van het volgende: 1. het College zorgverzekeringen kent aan de genoemde criteria gewichten toe, en gaat daarbij uit van de door hem geraamde macro-omvang van de productie-indicatoren verpleegdag, opname, dagverpleging en eerste polikliniekbezoek voor ziekenfondsverzekerden voor het jaar 2001, en de bijbehorende prijscomponenten en correctiefactoren met betrekking tot de criteria leeftijd en geslacht;
2. voor de toepassing van het regiocriterium inventariseert het College zorgverzekeringen per ziekenfonds het aantal verzekerden per postcodegebied. De aldus verkregen aantallen worden vervolgens ondergebracht in vijf klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek hiervoor gehanteerde maatstaf omgevingsadressendichtheid van postcodes. Het College zorgverzekeringen kent aan de vijf klassen gewichten toe;
1. het College zorgverzekeringen kent aan de genoemde criteria gewichten toe, en gaat daarbij uit van de door hem geraamde macro-omvang van de productie-indicatoren verpleegdag, opname, dagverpleging en eerste polikliniekbezoek voor ziekenfondsverzekerden voor het jaar 2001, en de bijbehorende prijscomponenten en correctiefactoren met betrekking tot de criteria leeftijd en geslacht;
2. voor de toepassing van het regiocriterium inventariseert het College zorgverzekeringen per ziekenfonds het aantal verzekerden per postcodegebied. De aldus verkregen aantallen worden vervolgens ondergebracht in vijf klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek hiervoor gehanteerde maatstaf omgevingsadressendichtheid van postcodes. Het College zorgverzekeringen kent aan de vijf klassen gewichten toe;
b. het College zorgverzekeringen rekent van het resultaat van onderdeel a 70% toe aan het budget van een ziekenfonds;
c. het College zorgverzekeringen sommeert vervolgens de resterende 30% van de uitkomsten voor alle ziekenfondsen en verdeelt het aldus verkregen bedrag op basis van de aantallen productie-indicatoren, genoemd onder a,1, in de periode van 1997 tot en met 1999, per verzekerde per jaar per ziekenfonds. Voor het eerste polikliniekbezoek gaat het College zorgverzekeringen uit de definitie die van kracht is voor het declaratieverkeer met ingang van het jaar 1999. Het College zorgverzekeringen past bij de te hanteren historische reeksen over die jaren per ziekenfonds door hem vast te stellen correctiegewichten toe voor verschuivingen van verzekerdenaantallen naar leeftijd, geslacht, verzekeringsgrond en regio, voor elk jaar in die periode, ten opzichte van het jaar 2001.
a. het College zorgverzekeringen maakt een voorlopige verdeling op basis van de verzekerdenaantallen naar leeftijd, geslacht, verzekeringsgrond en regio, met inachtneming van het volgende: 1. het College zorgverzekeringen kent aan de genoemde criteria gewichten toe, en gaat daarbij uit van de door hem geraamde macro-omvang van de productie-indicatoren verpleegdag, opname, dagverpleging en eerste polikliniekbezoek voor ziekenfondsverzekerden voor het jaar 2001, en de bijbehorende prijscomponenten en correctiefactoren met betrekking tot de criteria leeftijd en geslacht;
2. voor de toepassing van het regiocriterium inventariseert het College zorgverzekeringen per ziekenfonds het aantal verzekerden per postcodegebied. De aldus verkregen aantallen worden vervolgens ondergebracht in vijf klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek hiervoor gehanteerde maatstaf omgevingsadressendichtheid van postcodes. Het College zorgverzekeringen kent aan de vijf klassen gewichten toe;
1. het College zorgverzekeringen kent aan de genoemde criteria gewichten toe, en gaat daarbij uit van de door hem geraamde macro-omvang van de productie-indicatoren verpleegdag, opname, dagverpleging en eerste polikliniekbezoek voor ziekenfondsverzekerden voor het jaar 2001, en de bijbehorende prijscomponenten en correctiefactoren met betrekking tot de criteria leeftijd en geslacht;
2. voor de toepassing van het regiocriterium inventariseert het College zorgverzekeringen per ziekenfonds het aantal verzekerden per postcodegebied. De aldus verkregen aantallen worden vervolgens ondergebracht in vijf klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek hiervoor gehanteerde maatstaf omgevingsadressendichtheid van postcodes. Het College zorgverzekeringen kent aan de vijf klassen gewichten toe;
b. het College zorgverzekeringen rekent van het resultaat van onderdeel a 70% toe aan het budget van een ziekenfonds;
c. het College zorgverzekeringen sommeert vervolgens de resterende 30% van de uitkomsten voor alle ziekenfondsen en verdeelt het aldus verkregen bedrag op basis van de aantallen productie-indicatoren, genoemd onder a,1, in de periode van 1997 tot en met 1999, per verzekerde per jaar per ziekenfonds. Voor het eerste polikliniekbezoek gaat het College zorgverzekeringen uit de definitie die van kracht is voor het declaratieverkeer met ingang van het jaar 1999. Het College zorgverzekeringen past bij de te hanteren historische reeksen over die jaren per ziekenfonds door hem vast te stellen correctiegewichten toe voor verschuivingen van verzekerdenaantallen naar leeftijd, geslacht, verzekeringsgrond en regio, voor elk jaar in die periode, ten opzichte van het jaar 2001.