1. Het College zorgverzekeringen baseert de herrekening van het budget van een ziekenfonds ter nadere vaststelling van de uitkering, bedoeld in
artikel 19, vijfde lid, van de Ziekenfondswet, op:
a. de in het jaar 2001 werkelijk gemaakte kosten, behoudens het derde lid;
b. het werkelijke aantal verzekerden in het jaar 2001, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht, verzekeringsgrond en regio, en de overige in de artikelen 5 tot en met 8 bedoelde gegevens, waarbij artikel 9 overeenkomstig wordt toegepast;
c. de voor de periode van 1997 tot en met 1999 door hem nader vast te stellen gecorrigeerde historische reeksen en nader vast te stellen correctiegewichten per ziekenfonds, met betrekking tot de verdeling van 30% van elk der macro-deelbudgetten variabele kosten van ziekenhuisverpleging, bedoeld in artikel 5, onder c, en kosten van overige verstrekkingen en vergoedingen, bedoeld in artikel 8, onder d.
2. Het College toezicht kan bij zijn beoordeling van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, deze gegevens corrigeren. In dat geval baseert het College zorgverzekeringen de herrekening op de gecorrigeerde gegevens.
3. Het College zorgverzekeringen laat bij de herrekening buiten beschouwing:
a. kosten, waarvan door het College toezicht is vastgesteld dat deze niet verantwoord waren, tenzij het College toezicht anders besluit;
b. de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 20.
4. De kosten van flexibele zorg en de coördinatie- en organisatiekosten van activiteiten die zijn gericht op zorgvernieuwing, in verband waarmee het College zorgverzekeringen een ziekenfonds subsidie, bedoeld in de bijlage, onder A, van de Regeling overgangsrecht wet uitvoeringsorganen volksgezondheid, dan wel ingevolge een ministeriële regeling ingevolge
artikel 1p, eerste lid, van de Ziekenfondswet, heeft verleend, merkt het College zorgverzekeringen aan als:
a. variabele kosten van ziekenhuisverpleging, vaste kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp, overeenkomstig de onderlinge verhouding tussen de bedragen van de desbetreffende in artikel 3 genoemde macro-deelbudgetten, indien het kosten van flexibele zorg dan wel coördinatie- en organisatiekosten in het kader van zorgvernieuwing betreft, die in de plaats komen van de kosten van ziekenhuisverpleging of van specialistische hulp;
b. kosten van overige verstrekkingen en vergoedingen, indien het kosten van flexibele zorg dan wel coördinatie- en organisatiekosten in het kader van zorgvernieuwing betreft, die niet in de plaats komen van de kosten van ziekenhuisverpleging of van specialistische hulp.
5. De kosten die het College zorgverzekeringen in het kader van de toepassing van verdragsregelingen inzake sociale zekerheid en van de Verordening (EEG) nr. 1408/71, betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, in het jaar 2001 ten laste van de Algemene Kas op declaraties vanuit verdragslanden op kasbasis vergoedt, ten behoeve van verzekerden die zich naar het buitenland begeven, teneinde daar geneeskundige hulp in te roepen, merkt het College zorgverzekeringen voor 20% aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging, voor 65% als vaste kosten van ziekenhuisverpleging, en voor 15% als kosten van specialistische hulp.
6. Het College zorgverzekeringen merkt de kosten, met uitzondering van de kosten van medisch specialisten, van zelfstandige behandelcentra, die op grond van de
Wet ziekenhuisvoorzieningenzijn aangewezen als ziekenhuisvoorziening, aan als variabele kosten van ziekenhuisverpleging.