BWBR0011721
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 8
Subsidieregeling openbare inland terminals
1. Behoudens een afwijkende beslissing van de Minister op een schriftelijke, gemotiveerde aanvraag van de subsidie-ontvanger, vangt deze binnen één jaar na de subsidieverlening met de uitvoering van het project aan.
2. De subsidie-ontvanger vangt niet met de daadwerkelijke bouw van het project aan alvorens de daarvoor benodigde vergunningen zijn verleend en overgelegd aan de Minister.
3. De subsidie-ontvanger doet de diensten van de overslagterminal op non-discriminatoire basis en tegen marktconforme tarieven toegankelijk zijn voor elke vervoerder of verlader die van de diensten gebruik wil maken.
4. De subsidie-ontvanger die een wijziging aanbrengt in het project of afziet van de uitvoering van het project of een onderdeel daarvan, deelt dit onverwijld mede aan de Minister.
5. Onverminderd het bepaalde in het vierde lid overlegt de subsidie-ontvanger, indien de uitvoering van het project een looptijd van langer dan achttien maanden heeft, jaarlijks binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar een voortgangsrapportage aan de Minister, waarin zijn opgenomen:
a. een beschrijving van de in het desbetreffende kalenderjaar uitgevoerde activiteiten en de per activiteit gedane uitgaven;
b. een planning van de in het kader van het project nog uit te voeren activiteiten, en
c. de nog te verwachten uitgaven.
6. Onverminderd het bepaalde in het vierde en het vijfde lid dient de subsidie-aanvrager binnen vier maanden na voltooiing van het project bij de Minister een verzoek tot subsidievaststelling in. Dit verzoek gaat vergezeld van een financiële verantwoording over de uitvoering van het totale project. Deze verantwoording is voorzien van een verklaring van een onafhankelijke registeraccountant of accountant-administratieconsulent. Deze verklaring wordt opgesteld aan de hand van het bij de beschikking tot subsidieverlening gevoegde controle-protocol.
2. De subsidie-ontvanger vangt niet met de daadwerkelijke bouw van het project aan alvorens de daarvoor benodigde vergunningen zijn verleend en overgelegd aan de Minister.
3. De subsidie-ontvanger doet de diensten van de overslagterminal op non-discriminatoire basis en tegen marktconforme tarieven toegankelijk zijn voor elke vervoerder of verlader die van de diensten gebruik wil maken.
4. De subsidie-ontvanger die een wijziging aanbrengt in het project of afziet van de uitvoering van het project of een onderdeel daarvan, deelt dit onverwijld mede aan de Minister.
5. Onverminderd het bepaalde in het vierde lid overlegt de subsidie-ontvanger, indien de uitvoering van het project een looptijd van langer dan achttien maanden heeft, jaarlijks binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar een voortgangsrapportage aan de Minister, waarin zijn opgenomen:
a. een beschrijving van de in het desbetreffende kalenderjaar uitgevoerde activiteiten en de per activiteit gedane uitgaven;
b. een planning van de in het kader van het project nog uit te voeren activiteiten, en
c. de nog te verwachten uitgaven.
6. Onverminderd het bepaalde in het vierde en het vijfde lid dient de subsidie-aanvrager binnen vier maanden na voltooiing van het project bij de Minister een verzoek tot subsidievaststelling in. Dit verzoek gaat vergezeld van een financiële verantwoording over de uitvoering van het totale project. Deze verantwoording is voorzien van een verklaring van een onafhankelijke registeraccountant of accountant-administratieconsulent. Deze verklaring wordt opgesteld aan de hand van het bij de beschikking tot subsidieverlening gevoegde controle-protocol.