BWBR0011721
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 10
Subsidieregeling openbare inland terminals
1. De subsidie-ontvanger draagt zorg voor een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit op elk gewenst tijdstip op eenvoudige en duidelijke wijze de aan de exploitatie en de overige activiteiten gerelateerde kosten zijn af te leiden.
2. De subsidie-ontvanger verkoopt gedurende vijf jaar na de subsidievaststelling geen van de gesubsidieerde projectonderdelen noch delen van de onderneming of de onderneming te wier bate de subsidie is verstrekt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Minister. Aan deze toestemming kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van het doel van deze regeling. Tot die voorschriften kan het opleggen van de verplichting tot terugbetaling van de subsidie of een deel daarvan behoren.
3. Op verzoek van de Minister verleent de subsidie-ontvanger tussentijds alle medewerking aan een evaluatie-onderzoek, bedoeld om te beoordelen in welke mate de verlening van de subsidie heeft bijgedragen aan de door de Minister geformuleerde beleidsdoelen.
2. De subsidie-ontvanger verkoopt gedurende vijf jaar na de subsidievaststelling geen van de gesubsidieerde projectonderdelen noch delen van de onderneming of de onderneming te wier bate de subsidie is verstrekt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Minister. Aan deze toestemming kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van het doel van deze regeling. Tot die voorschriften kan het opleggen van de verplichting tot terugbetaling van de subsidie of een deel daarvan behoren.
3. Op verzoek van de Minister verleent de subsidie-ontvanger tussentijds alle medewerking aan een evaluatie-onderzoek, bedoeld om te beoordelen in welke mate de verlening van de subsidie heeft bijgedragen aan de door de Minister geformuleerde beleidsdoelen.