BWBR0011595
Geldig vanaf 2018-02-13
Artikel 4.9
Regeling studiefinanciering 2000
1. Een student die een opleiding in Nederland volgt en gedurende die opleiding een onderdeel daarvan buiten Nederland gaat volgen, kan over de periode in het buitenland op aanvraag in plaats van een reisrecht in aanmerking komen voor een voorziening in geld.
2. De student komt in aanmerking voor een voorziening in geld, als bedoeld in het eerste lid, indien:
a. het onderdeel dat buiten Nederland wordt gevolgd, meetelt voor het Nederlandse diploma, en
b. de student ingeschreven blijft aan de Nederlandse onderwijsinstelling.
3. De voorziening in geld, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het bedrag, bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, van de wet.
4. Toekenning van de reisvoorziening in geld vindt plaats per kalendermaand voor de periode waarin de student voor de betreffende opleiding in het buitenland studeert. Na deze periode wordt dezelfde soort reisrecht toegekend zonder dat dat opnieuw behoeft te worden aangevraagd. Indien de student eerder dan aangegeven terugkeert in Nederland, kan opnieuw een reisrecht worden aangevraagd. Na toekenning daarvan kan het reisproduct na vijf werkdagen aan een drager worden gekoppeld op een in artikel 4,2bedoelde wijze.
5. Dit artikel berust op artikel 3.24, vijfde lid, van de wet.
2. De student komt in aanmerking voor een voorziening in geld, als bedoeld in het eerste lid, indien:
a. het onderdeel dat buiten Nederland wordt gevolgd, meetelt voor het Nederlandse diploma, en
b. de student ingeschreven blijft aan de Nederlandse onderwijsinstelling.
3. De voorziening in geld, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het bedrag, bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, van de wet.
4. Toekenning van de reisvoorziening in geld vindt plaats per kalendermaand voor de periode waarin de student voor de betreffende opleiding in het buitenland studeert. Na deze periode wordt dezelfde soort reisrecht toegekend zonder dat dat opnieuw behoeft te worden aangevraagd. Indien de student eerder dan aangegeven terugkeert in Nederland, kan opnieuw een reisrecht worden aangevraagd. Na toekenning daarvan kan het reisproduct na vijf werkdagen aan een drager worden gekoppeld op een in artikel 4,2bedoelde wijze.
5. Dit artikel berust op artikel 3.24, vijfde lid, van de wet.