BWBR0011595
Geldig vanaf 2018-02-13
Artikel 2.3
Regeling studiefinanciering 2000
1. In de aanvraag om toekenning van studiefinanciering worden de basisbeurs, de aanvullende beurs, de basislening, de aanvullende lening, het collegegeldkrediet of het levenlanglerenkrediet aangevraagd.
2. De aanvrager doet bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid opgave van zijn burgerservicenummer.
3. Indien de aanvrager het collegegeldkrediet aanvraagt, voegt hij bij de aanvraag een bewijs van het door hem verschuldigde collegegeld voor de opleiding waarvoor hij studiefinanciering aanvraagt indien het bedrag dat hij per maand aanvraagt hoger ligt dan een twaalfde deel van het bedrag, genoemd in artikel 7.43, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
4. Indien de aanvrager het levenlanglerenkrediet aanvraagt en indien het bedrag dat hij per maand aanvraagt hoger ligt dan een twaalfde deel van het bedrag, genoemd in artikel 7.45, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, onderscheidenlijk artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, voegt hij bij de aanvraag een bewijs van het door hem verschuldigde collegegeld of lesgeld voor de opleiding waarvoor hij levenlanglerenkrediet aanvraagt.
2. De aanvrager doet bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid opgave van zijn burgerservicenummer.
3. Indien de aanvrager het collegegeldkrediet aanvraagt, voegt hij bij de aanvraag een bewijs van het door hem verschuldigde collegegeld voor de opleiding waarvoor hij studiefinanciering aanvraagt indien het bedrag dat hij per maand aanvraagt hoger ligt dan een twaalfde deel van het bedrag, genoemd in artikel 7.43, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
4. Indien de aanvrager het levenlanglerenkrediet aanvraagt en indien het bedrag dat hij per maand aanvraagt hoger ligt dan een twaalfde deel van het bedrag, genoemd in artikel 7.45, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, onderscheidenlijk artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, voegt hij bij de aanvraag een bewijs van het door hem verschuldigde collegegeld of lesgeld voor de opleiding waarvoor hij levenlanglerenkrediet aanvraagt.