BWBR0011535
Geldig vanaf 2004-06-15
Artikel 7
Subsidieregeling capaciteitsvermindering IJsselmeervisserij en innovatie aquacultuur
1. De aanvraag, bedoeld in artikel 2, wordt ingediend bij de Dienst Regelingen op een daartoe bestemd formulier, dat door de aanvrager volledig en naar waarheid wordt ingevuld en ondertekend.
2.. De aanvraag, bedoeld in artikel 2, gaat vergezeld van een kopie van de desbetreffende, op naam van de aanvrager staande, publiekrechtelijke en privaatrechtelijke vergunning.
3. Bij de aanvraag tot subsidie ter zake van de vermindering van de IJsselmeervisserij, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, verklaart de aanvrager bereid te zijn de IJsselmeervisserij te verminderen op de wijze, bedoeld in artikel 4, onderdeel b, en doet hij een bieding, inhoudend het bedrag per aaleenheid, uitgedrukt in een percentage van € 300,–, waartegen hij bereid is aan de minister afstand te doen van zijn merken.
4. Bij de aanvraag tot subsidie ter zake van de beëindiging van de IJsselmeervisserij, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, verklaart de aanvrager bereid te zijn de IJsselmeervisserij definitief te beëindigen op de wijze, bedoeld in artikel 5, onderdeel b, en doet hij een bieding, inhoudende:
– het bedrag per aaleenheid, uitgedrukt in een percentage van € 300,–, waartegen hij bereid is aan de minister afstand te doen van zijn aan de grote fuik, schietfuik of staande netten bevestigde merken;
– het bedrag per aaleenheid, uitgedrukt in een percentage van € 200,–, waartegen hij bereid is aan de minister afstand te doen van zijn aan de spieringfuik of aalkistjes bevestigde merken.
5. Het percentage, bedoeld in onderdeel 4, eerste streepje, moet gelijk zijn aan het percentage, bedoeld in onderdeel 4, tweede streepje.
6. De bieding, bedoeld in het derde en vierde lid, kan niet worden herroepen of gewijzigd.
2.. De aanvraag, bedoeld in artikel 2, gaat vergezeld van een kopie van de desbetreffende, op naam van de aanvrager staande, publiekrechtelijke en privaatrechtelijke vergunning.
3. Bij de aanvraag tot subsidie ter zake van de vermindering van de IJsselmeervisserij, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, verklaart de aanvrager bereid te zijn de IJsselmeervisserij te verminderen op de wijze, bedoeld in artikel 4, onderdeel b, en doet hij een bieding, inhoudend het bedrag per aaleenheid, uitgedrukt in een percentage van € 300,–, waartegen hij bereid is aan de minister afstand te doen van zijn merken.
4. Bij de aanvraag tot subsidie ter zake van de beëindiging van de IJsselmeervisserij, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, verklaart de aanvrager bereid te zijn de IJsselmeervisserij definitief te beëindigen op de wijze, bedoeld in artikel 5, onderdeel b, en doet hij een bieding, inhoudende:
– het bedrag per aaleenheid, uitgedrukt in een percentage van € 300,–, waartegen hij bereid is aan de minister afstand te doen van zijn aan de grote fuik, schietfuik of staande netten bevestigde merken;
– het bedrag per aaleenheid, uitgedrukt in een percentage van € 200,–, waartegen hij bereid is aan de minister afstand te doen van zijn aan de spieringfuik of aalkistjes bevestigde merken.
5. Het percentage, bedoeld in onderdeel 4, eerste streepje, moet gelijk zijn aan het percentage, bedoeld in onderdeel 4, tweede streepje.
6. De bieding, bedoeld in het derde en vierde lid, kan niet worden herroepen of gewijzigd.