BWBR0011535
Geldig vanaf 2004-06-15
Artikel 12d
Subsidieregeling capaciteitsvermindering IJsselmeervisserij en innovatie aquacultuur
Tot de subsidiabele kosten van het project behoren uitsluitend de volgende kosten, voor zover zij naar het oordeel van de minister noodzakelijk zijn en rechtstreeks zijn toe te rekenen aan het project:
a. kosten van apparatuur of voorzieningen;
b. kosten van aankoop, bouw of modernisering van gebouwen;
c. kosten van een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 12k, tweede lid, onderdeel b, voor zover deze niet meer bedragen dan € 2500,–;
d. loonkosten, voor zover deze kosten betrekking hebben op personeel dat ten behoeve van het project is ingezet, berekend op basis van het brutojaarloon volgens de verzamelloonlijst van de betrokken medewerkers, exclusief volledige winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, te delen door 1600;
e. kosten van de door de aanvrager ten behoeve van het project verrichte arbeid, te waarderen tegen € 30,– per uur, en
f. kosten voor architecten, ingenieurs en overige deskundigen, die uit hoofde van hun beroep adviezen verstrekken;
met dien verstande dat de onder d, e en f bedoelde kosten tezamen tot ten hoogste 50% van de onder a en b bedoelde kosten als subsidiabele projectkosten kunnen worden aangemerkt.
a. kosten van apparatuur of voorzieningen;
b. kosten van aankoop, bouw of modernisering van gebouwen;
c. kosten van een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 12k, tweede lid, onderdeel b, voor zover deze niet meer bedragen dan € 2500,–;
d. loonkosten, voor zover deze kosten betrekking hebben op personeel dat ten behoeve van het project is ingezet, berekend op basis van het brutojaarloon volgens de verzamelloonlijst van de betrokken medewerkers, exclusief volledige winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, te delen door 1600;
e. kosten van de door de aanvrager ten behoeve van het project verrichte arbeid, te waarderen tegen € 30,– per uur, en
f. kosten voor architecten, ingenieurs en overige deskundigen, die uit hoofde van hun beroep adviezen verstrekken;
met dien verstande dat de onder d, e en f bedoelde kosten tezamen tot ten hoogste 50% van de onder a en b bedoelde kosten als subsidiabele projectkosten kunnen worden aangemerkt.