BWBR0011535
Geldig vanaf 2004-06-15
Artikel 5
Subsidieregeling capaciteitsvermindering IJsselmeervisserij en innovatie aquacultuur
De subsidie ter zake van de definitieve beëindiging van de IJsselmeervisserij wordt slechts verleend indien de aanvrager:
a. over een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke vergunning beschikt waarmee de IJsselmeervisserij kan worden uitgeoefend, welke beide op zijn naam staan en op hetzelfde vissersvaartuig betrekking hebben, en
b. de IJsselmeervisserij definitief beëindigt door aan de minister voorgoed afstand te doen van: – zijn publiekrechtelijke vergunning, genoemd in onderdeel a;
– zijn privaatrechtelijke vergunning, genoemd in onderdeel a, indien deze door de minister is verleend, en
– het totale aantal merken waarover hij blijkens de bijlage bij de in onderdeel a genoemde publiekrechtelijke vergunning op het tijdstip van de subsidieaanvraag permanent beschikte, dan wel, indien dit aantal hoger is, het totale aantal merken waarover hij blijkens de bijlage bij de in onderdeel a genoemde publiekrechtelijke vergunning op 10 april 2006 permanent kon beschikken.
– zijn publiekrechtelijke vergunning, genoemd in onderdeel a;
– zijn privaatrechtelijke vergunning, genoemd in onderdeel a, indien deze door de minister is verleend, en
– het totale aantal merken waarover hij blijkens de bijlage bij de in onderdeel a genoemde publiekrechtelijke vergunning op het tijdstip van de subsidieaanvraag permanent beschikte, dan wel, indien dit aantal hoger is, het totale aantal merken waarover hij blijkens de bijlage bij de in onderdeel a genoemde publiekrechtelijke vergunning op 10 april 2006 permanent kon beschikken.
a. over een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke vergunning beschikt waarmee de IJsselmeervisserij kan worden uitgeoefend, welke beide op zijn naam staan en op hetzelfde vissersvaartuig betrekking hebben, en
b. de IJsselmeervisserij definitief beëindigt door aan de minister voorgoed afstand te doen van: – zijn publiekrechtelijke vergunning, genoemd in onderdeel a;
– zijn privaatrechtelijke vergunning, genoemd in onderdeel a, indien deze door de minister is verleend, en
– het totale aantal merken waarover hij blijkens de bijlage bij de in onderdeel a genoemde publiekrechtelijke vergunning op het tijdstip van de subsidieaanvraag permanent beschikte, dan wel, indien dit aantal hoger is, het totale aantal merken waarover hij blijkens de bijlage bij de in onderdeel a genoemde publiekrechtelijke vergunning op 10 april 2006 permanent kon beschikken.
– zijn publiekrechtelijke vergunning, genoemd in onderdeel a;
– zijn privaatrechtelijke vergunning, genoemd in onderdeel a, indien deze door de minister is verleend, en
– het totale aantal merken waarover hij blijkens de bijlage bij de in onderdeel a genoemde publiekrechtelijke vergunning op het tijdstip van de subsidieaanvraag permanent beschikte, dan wel, indien dit aantal hoger is, het totale aantal merken waarover hij blijkens de bijlage bij de in onderdeel a genoemde publiekrechtelijke vergunning op 10 april 2006 permanent kon beschikken.