1. De subsidie ter zake van de vermindering van de IJsselmeervisserij bedraagt een totaalbedrag voor alle aan de grote fuiken, schietfuiken en staande netten bevestigde merken tezamen waarvan de aanvrager aan de minister afstand doet, waarvan de hoogte wordt bepaald door die merken volgens de tabel in de bijlageom te rekenen in aaleenheden en de som van die aaleenheden te vermenigvuldigen met het bedrag, bedoeld in artikel 7, derde lid.
2. De subsidie ter zake van de definitieve beëindiging van de IJsselmeervisserij, bedoeld in artikel 5, bedraagt:
a. een bedrag voor de, op naam van de aanvrager staande, publiekrechtelijke vergunning, waarvan de aanvrager aan de minister afstand doet, – van € 15.000,– indien de som van de aaleenheden, berekend op de in onderdelen b en c van dit artikellid bedoelde wijze, 300 of minder bedraagt;
– van € 25.000,– indien de som van de aaleenheden, berekend op de in onderdelen b en c van dit artikellid bedoelde wijze, meer dan 300 maar minder dan 601 bedraagt;
– van € 35.000,– indien de som van de aaleenheden, berekend op de in onderdelen b en c van dit artikellid bedoelde wijze, meer dan 600 maar minder dan 1001 bedraagt;
– van € 45.000,– indien de som van de aaleenheden, berekend op de in onderdelen b en c van dit artikellid bedoelde wijze, meer dan 1000 bedraagt;
– van € 15.000,– indien de som van de aaleenheden, berekend op de in onderdelen b en c van dit artikellid bedoelde wijze, 300 of minder bedraagt;
– van € 25.000,– indien de som van de aaleenheden, berekend op de in onderdelen b en c van dit artikellid bedoelde wijze, meer dan 300 maar minder dan 601 bedraagt;
– van € 35.000,– indien de som van de aaleenheden, berekend op de in onderdelen b en c van dit artikellid bedoelde wijze, meer dan 600 maar minder dan 1001 bedraagt;
– van € 45.000,– indien de som van de aaleenheden, berekend op de in onderdelen b en c van dit artikellid bedoelde wijze, meer dan 1000 bedraagt;
b. een totaalbedrag voor alle op of aan de grote fuik, schietfuik of staande netten bevestigde merken tezamen waarvan de aanvrager aan de minister afstand doet, waarvan de hoogte wordt bepaald door die merken volgens de tabel in de bijlage om te rekenen in aaleenheden, de som van die aaleenheden te berekenen en deze som te vermenigvuldigen met het bedrag, bedoeld in artikel 7, vierde lid, eerste streepje;
c. een totaalbedrag voor alle aan de spieringfuik en aalkistjes bevestigde merken tezamen waarvan de aanvrager aan de minister afstand doet, waarvan de hoogte wordt bepaald door die merken volgens de tabel in de bijlage om te rekenen in aaleenheden, de som van die aaleenheden te berekenen, en deze som te vermenigvuldigen met het bedrag, bedoeld in artikel 7, vierde lid, tweede streepje. Spieringmerken die op grond van artikel 8 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 zijn uitgegeven in de periode van 14 november 2005 tot en met 2 december 2005 komen niet voor subsidie in aanmerking.
3. De berekening van de som van de aaleenheden, bedoeld in onderdeel a, vindt plaats op grond van het totale aantal merken waarover de aanvrager op het tijdstip van de subsidieaanvraag blijkens de bijlagebij zijn publiekrechtelijke vergunning permanent beschikte, dan wel, indien dit aantal lager is, het totale aantal merken waarover hij op 10 april 2006 blijkens de bijlagebij zijn publiekrechtelijke vergunning permanent kon beschikken.