BWBR0011512
Geldig vanaf 2000-08-15
Artikel 4
Regeling toezichtskosten Wet toezicht effectenverkeer 1995
1. De Stichting Autoriteit Financiële Markten brengt aan de aanvragers, bedoeld in artikel 3, onder a, b en c, eenmalig een vast bedrag in rekening. De Stichting Autoriteit Financiële Markten neemt een aanvraag niet in behandeling voordat bedoeld bedrag door hem is ontvangen.
2. De toezichthoudende autoriteiten kunnen aan effecteninstellingen, bedoeld in artikel 3, onder d, voor zover zij werkzaamheden verrichten in verband met het toezicht op de naleving van de krachtens artikel 11, eerste lid, van de wetgestelde regels, eenmalig een vast bedrag in rekening brengen.
3. De Stichting Autoriteit Financiële Markten brengt aan effecteninstellingen, bedoeld in artikel 3, onder d, waarop een vrijstelling als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, van toepassing is, terzake van inschrijving in het register bedoeld in artikel 21 van de wet, eenmalig een vast bedrag in rekening. De inschrijving vindt niet eerder plaats dan na ontvangst van bedoeld bedrag door de toezichthoudende autoriteit.
4. De Stichting Autoriteit Financiële Markten brengt aan bieders een bedrag in rekening:
a. na het uitbrengen van de openbare mededeling, bedoeld in artikel 9b, tweede lid, onder a of b, van het besluit, en
b. na het toezenden ingevolge artikel 9v van het besluit, van het biedingsbericht, en
c. na gestanddoening van het bod.
5. De in het eerste tot en met vierde lid bedoelde bedragen worden jaarlijks na overleg met de toezichthoudende autoriteiten op basis van de ingevolge artikel 2, vierde lid, goedgekeurde begroting door de minister vastgesteld. Van de vastgestelde bedragen wordt voor 15 augustus mededeling gedaan in de Staatscourant.
2. De toezichthoudende autoriteiten kunnen aan effecteninstellingen, bedoeld in artikel 3, onder d, voor zover zij werkzaamheden verrichten in verband met het toezicht op de naleving van de krachtens artikel 11, eerste lid, van de wetgestelde regels, eenmalig een vast bedrag in rekening brengen.
3. De Stichting Autoriteit Financiële Markten brengt aan effecteninstellingen, bedoeld in artikel 3, onder d, waarop een vrijstelling als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, van toepassing is, terzake van inschrijving in het register bedoeld in artikel 21 van de wet, eenmalig een vast bedrag in rekening. De inschrijving vindt niet eerder plaats dan na ontvangst van bedoeld bedrag door de toezichthoudende autoriteit.
4. De Stichting Autoriteit Financiële Markten brengt aan bieders een bedrag in rekening:
a. na het uitbrengen van de openbare mededeling, bedoeld in artikel 9b, tweede lid, onder a of b, van het besluit, en
b. na het toezenden ingevolge artikel 9v van het besluit, van het biedingsbericht, en
c. na gestanddoening van het bod.
5. De in het eerste tot en met vierde lid bedoelde bedragen worden jaarlijks na overleg met de toezichthoudende autoriteiten op basis van de ingevolge artikel 2, vierde lid, goedgekeurde begroting door de minister vastgesteld. Van de vastgestelde bedragen wordt voor 15 augustus mededeling gedaan in de Staatscourant.