BWBR0011484
Geldig vanaf 2000-07-27
Artikel 20
Regeling Historisch Centrum Overijssel
1. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks vóór 1 mei een ontwerpbegroting en een ontwerpactiviteitenplan op voor het volgende kalenderjaar, een en ander met inachtneming van het beleid, bedoeld in artikel 2, vierde lid, en de aanwijzingen, bedoeld in artikel 2, zesde lid. Deze begroting is in overeenstemming met de meerjarenbegroting en het beleidsplan.
2. In het activiteitenplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke belangen en resultaten het Historisch Centrum Overijssel met de activiteiten nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn bestemd.
3. De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de activiteiten van dat jaar. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting.
4. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpactiviteitenplan en de ontwerpbegroting onverwijld vóór 15 mei toe aan het algemeen bestuur, de raad van de gemeente en de minister.
5. Het ontwerpactiviteitenplan en de ontwerpbegroting met toelichting worden door de zorg van de gemeente en de minister voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
6. De raad van de gemeente en de minister kunnen het dagelijks bestuur voor 15 juli van hun gevoelen omtrent de ontwerpbegroting doen blijken.
7. Het algemeen bestuur stelt het activiteitenplan en de begroting vast uiterlijk 1 oktober van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen.
8. Terstond na de vaststelling wordt daarvan mededeling gedaan aan de raad van de gemeente en de minister.
2. In het activiteitenplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke belangen en resultaten het Historisch Centrum Overijssel met de activiteiten nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn bestemd.
3. De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de activiteiten van dat jaar. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting.
4. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpactiviteitenplan en de ontwerpbegroting onverwijld vóór 15 mei toe aan het algemeen bestuur, de raad van de gemeente en de minister.
5. Het ontwerpactiviteitenplan en de ontwerpbegroting met toelichting worden door de zorg van de gemeente en de minister voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
6. De raad van de gemeente en de minister kunnen het dagelijks bestuur voor 15 juli van hun gevoelen omtrent de ontwerpbegroting doen blijken.
7. Het algemeen bestuur stelt het activiteitenplan en de begroting vast uiterlijk 1 oktober van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen.
8. Terstond na de vaststelling wordt daarvan mededeling gedaan aan de raad van de gemeente en de minister.