BWBR0011484
Geldig vanaf 2000-07-27
Artikel 19
Regeling Historisch Centrum Overijssel
1. Het dagelijks bestuur stelt eenmaal per vier jaar een vierjarig beleidsplan, activiteitenplan en een meerjarenbegroting op.
2. Een periode van vier jaren als bedoeld in het eerste lid valt samen met de periode van een cultuurnota als bedoeld in artikel 3 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid.
3. De minister en de gemeente geven gezamenlijk voor de komende vier jaren aan het Historisch Centrum Overijssel een opdracht met betrekking tot de bereiken resultaten. De minister baseert zich hierbij op de uit te brengen cultuurnota.
4. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpmeerjarenbegroting, het ontwerpactiviteitenplan en ontwerpbeleidsplan aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt ze vast en zendt ze aan de minister en de gemeente.
5. De meerjarenbegroting, het meerjarig activiteiten- en beleidsplan behoeven de goedkeuring van de minister en de gemeente.
2. Een periode van vier jaren als bedoeld in het eerste lid valt samen met de periode van een cultuurnota als bedoeld in artikel 3 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid.
3. De minister en de gemeente geven gezamenlijk voor de komende vier jaren aan het Historisch Centrum Overijssel een opdracht met betrekking tot de bereiken resultaten. De minister baseert zich hierbij op de uit te brengen cultuurnota.
4. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpmeerjarenbegroting, het ontwerpactiviteitenplan en ontwerpbeleidsplan aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt ze vast en zendt ze aan de minister en de gemeente.
5. De meerjarenbegroting, het meerjarig activiteiten- en beleidsplan behoeven de goedkeuring van de minister en de gemeente.