BWBR0011469
Geldig vanaf 2000-07-26
Artikel 8
Interimwet zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven voor de uitvoering van artikel 4, tweede lid, onder b, en vierde lid.
2. Tevens kunnen bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur voorschriften worden vastgesteld voor de uitvoering van deze wet, waaronder in elk geval voorschriften met betrekking tot:
a. waarborging van de kwaliteit van het geschiktheidsonderzoek en van de instellingen die dat onderzoek uitvoeren,
b. de scholing en begeleiding, en het bekwaamheidsonderzoek, waaronder voorschriften ter waarborging van de kwaliteit,
c. de procedure voor het indienen van een aanvraag voor het geschiktheidsonderzoek, voor afgifte van de geschiktheidsverklaring en voor afgifte van het getuigschrift, bedoeld in artikel 6, derde lid, alsmede
d. gevallen waarin men voor dezelfde werkzaamheden wenst te worden benoemd aan scholen die niet uitgaan van hetzelfde bevoegd gezag, voor welke gevallen bijzondere, zonodig van een of meer onderdelen van deze wet afwijkende voorschriften kunnen worden vastgesteld met het oog op een goede toepassing van deze wet.
3. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
2. Tevens kunnen bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur voorschriften worden vastgesteld voor de uitvoering van deze wet, waaronder in elk geval voorschriften met betrekking tot:
a. waarborging van de kwaliteit van het geschiktheidsonderzoek en van de instellingen die dat onderzoek uitvoeren,
b. de scholing en begeleiding, en het bekwaamheidsonderzoek, waaronder voorschriften ter waarborging van de kwaliteit,
c. de procedure voor het indienen van een aanvraag voor het geschiktheidsonderzoek, voor afgifte van de geschiktheidsverklaring en voor afgifte van het getuigschrift, bedoeld in artikel 6, derde lid, alsmede
d. gevallen waarin men voor dezelfde werkzaamheden wenst te worden benoemd aan scholen die niet uitgaan van hetzelfde bevoegd gezag, voor welke gevallen bijzondere, zonodig van een of meer onderdelen van deze wet afwijkende voorschriften kunnen worden vastgesteld met het oog op een goede toepassing van deze wet.
3. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.