BWBR0011469
Geldig vanaf 2000-07-26
Artikel 5
Interimwet zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs
Het instellingsbestuur van een instelling voor hoger onderwijs die werkzaamheden als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder d en e, uitvoert, het bevoegd gezag dat betrokkene benoemt, en betrokkene zelf, sluiten een overeenkomst die hun wederzijdse rechten en plichten omvat met betrekking tot het uitvoeren van de noodzakelijk geachte scholing en begeleiding, met inachtneming van de beoordeling, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder c. Indien na het sluiten van de overeenkomst blijkt dat de scholing of begeleiding niet volgens de overeenkomst kan worden uitgevoerd, treft het instellingsbestuur respectievelijk het bevoegd gezag tijdig een toereikende vervangende voorziening. Indien het bevoegd gezag betrokkene tewerkstelt zonder benoeming, is de werkgever waarbij betrokkene in dienst is, mede partij bij de in de eerste volzin bedoelde overeenkomst.