BWBR0011469
Geldig vanaf 2000-07-26
Artikel 1
Interimwet zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs
In deze wet en de daarop berustende regelingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voorzover het betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
b. school: 1°. een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
2°. een school voor speciaal onderwijs, een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
3°. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
1°. een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
2°. een school voor speciaal onderwijs, een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
3°. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
c. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een school;
d. directeur: de directeur, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 29, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra;
e. instelling voor hoger onderwijs: een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die een lerarenopleiding verzorgt;
f. instellingsbestuur: het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met dien verstande dat voorzover het openbare instellingen voor hoger onderwijs betreft, de artikelen 9.2, tweede lid, 10.9, tweede lid, en 11.1, tweede lid, van die wet van overeenkomstige toepassing zijn;
g. geschiktheidsverklaring: de in artikel 3, eerste lid, bedoelde verklaring;
h. geschiktheidsonderzoek: het in artikel 4, eerste lid, bedoelde onderzoek;
i. bekwaamheidsonderzoek: het in artikel 6 bedoelde onderzoek.
a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voorzover het betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
b. school: 1°. een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
2°. een school voor speciaal onderwijs, een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
3°. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
1°. een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
2°. een school voor speciaal onderwijs, een school of instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
3°. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;
c. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een school;
d. directeur: de directeur, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 29, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra;
e. instelling voor hoger onderwijs: een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die een lerarenopleiding verzorgt;
f. instellingsbestuur: het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met dien verstande dat voorzover het openbare instellingen voor hoger onderwijs betreft, de artikelen 9.2, tweede lid, 10.9, tweede lid, en 11.1, tweede lid, van die wet van overeenkomstige toepassing zijn;
g. geschiktheidsverklaring: de in artikel 3, eerste lid, bedoelde verklaring;
h. geschiktheidsonderzoek: het in artikel 4, eerste lid, bedoelde onderzoek;
i. bekwaamheidsonderzoek: het in artikel 6 bedoelde onderzoek.