BWBR0011391
Geldig vanaf 2000-06-02
Artikel 7
Regeling inkomensvoorziening voor oudere gewezen zelfstandigen in de veehouderij
1. De bijdrage bedraagt het verschil tussen de van toepassing zijnde grondslag en het inkomen, als bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, van de wet.
2. De grondslag, bedoeld in het eerste lid, is voor:
a. de gewezen zelfstandige en de echtgenoot tezamen netto gelijk aan € 1.067,74;
b. de alleenstaande gewezen zelfstandige met een of meer kinderen netto gelijk aan € 960,90;
c. de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen netto gelijk aan € 747,36.
3. Indien de in artikel 5, vijfde lid, van de wetvoor de onderscheiden situaties geldende grondslagen wijzigen, treden deze grondslagen in de plaats van de in het tweede lid onderscheiden grondslagen.
2. De grondslag, bedoeld in het eerste lid, is voor:
a. de gewezen zelfstandige en de echtgenoot tezamen netto gelijk aan € 1.067,74;
b. de alleenstaande gewezen zelfstandige met een of meer kinderen netto gelijk aan € 960,90;
c. de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen netto gelijk aan € 747,36.
3. Indien de in artikel 5, vijfde lid, van de wetvoor de onderscheiden situaties geldende grondslagen wijzigen, treden deze grondslagen in de plaats van de in het tweede lid onderscheiden grondslagen.