BWBR0011391
Geldig vanaf 2000-06-02
Artikel 5
Regeling inkomensvoorziening voor oudere gewezen zelfstandigen in de veehouderij
De bij of krachtens de artikelen 3, 4, 5, vierde lid, 8, eerste en tweede lid, 9, tweede lid, 10, eerste lid, 14, 20, tweede tot en met vierde lid en zesde lid, 23, 24, 35, eerste tot en met derde lid en vijfde lid, 36, 37, eerste lid, 38, 47en 48 van de wetgestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een vermogensvrijlating geldt die gelijk is aan het bedrag, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet, vermenigvuldigd met de factor 1,5 en met dien verstande dat voor de toepassing van bij of krachtens de artikelen 14, 20, tweede tot en met vierde lid en zesde lid, 36, 38, 47en 48 van de wetgestelde regels de minister in de plaats treedt van burgemeester en wethouders.