BWBR0011333
Geldig vanaf 2000-09-01
Artikel 8
Sociaal beleidskader reorganisaties zittende magistratuur
1. De rechterlijk ambtenaar die in het kader van een reorganisatie wordt benoemd of geplaatst in een zelfde ambt, maar met wijziging van de standplaats, geniet met ingang van de datum van indiensttreding het naast hogere salaris in de voor hem geldende salarisschaal.
2. Indien de rechterlijk ambtenaar reeds het maximum salaris van de voor hem geldende salarisschaal geniet, wordt, in afwijking van het eerste lid, aan hem een eenmalige bruto-gratificatie van 3% van het jaarsalaris toegekend.
3. Onder jaarsalaris wordt in het tweede lid verstaan het tot een jaar herleide salaris per maand, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, dat de rechterlijk ambtenaar geniet op de datum van de in het eerste lid bedoelde benoeming of plaatsing.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de rechterlijk ambtenaar die voor een periode van ten minste twee jaar wordt gedetacheerd in een andere functie binnen de rijksoverheid.
2. Indien de rechterlijk ambtenaar reeds het maximum salaris van de voor hem geldende salarisschaal geniet, wordt, in afwijking van het eerste lid, aan hem een eenmalige bruto-gratificatie van 3% van het jaarsalaris toegekend.
3. Onder jaarsalaris wordt in het tweede lid verstaan het tot een jaar herleide salaris per maand, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, dat de rechterlijk ambtenaar geniet op de datum van de in het eerste lid bedoelde benoeming of plaatsing.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de rechterlijk ambtenaar die voor een periode van ten minste twee jaar wordt gedetacheerd in een andere functie binnen de rijksoverheid.