BWBR0011333
Geldig vanaf 2000-09-01
Artikel 5
Sociaal beleidskader reorganisaties zittende magistratuur
1. De rechterlijk ambtenaar die in het kader van een reorganisatie wordt verplaatst en voor wie ten gevolge daarvan de afstand tussen zijn woning en zijn standplaats met tien kilometer of meer toeneemt, maar aan wie niet de verplichting, bedoeld in artikel 40 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, wordt opgelegd en die evenmin in verband met deze verplaatsing vrijwillig verhuist, heeft gedurende een termijn van ten hoogste zes jaar aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten, die in verband met het op werkdagen reizen tussen de woonplaats en de nieuwe standplaats worden gemaakt, als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Verplaatsingskostenregeling 1989.
2. De in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming wordt gedurende het vierde, vijfde en zesde jaar verminderd met respectievelijk 25%, 50% en 75% van het verschil tussen die tegemoetkoming en de in artikel 12, eerste lid, van de Verplaatsingskostenregeling 1989 bedoelde tegemoetkoming.
3. De functionele autoriteit kan op verzoek van de rechterlijk ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, beslissen dat aan hem in plaats van de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming een OV-jaarkaart eerste klasse, een jaartrajectkaart eerste klasse of een maandtrajectkaart eerste klasse wordt verstrekt.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op de plaatsvervangers, bedoeld in artikel 9 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, die niet zijn aangewezen om tijdelijk een gedeeltelijke of volledige taak te vervullen.
2. De in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming wordt gedurende het vierde, vijfde en zesde jaar verminderd met respectievelijk 25%, 50% en 75% van het verschil tussen die tegemoetkoming en de in artikel 12, eerste lid, van de Verplaatsingskostenregeling 1989 bedoelde tegemoetkoming.
3. De functionele autoriteit kan op verzoek van de rechterlijk ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, beslissen dat aan hem in plaats van de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming een OV-jaarkaart eerste klasse, een jaartrajectkaart eerste klasse of een maandtrajectkaart eerste klasse wordt verstrekt.
4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op de plaatsvervangers, bedoeld in artikel 9 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, die niet zijn aangewezen om tijdelijk een gedeeltelijke of volledige taak te vervullen.