BWBR0011247
Geldig vanaf 2000-05-19
Artikel 3
Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling
1. De subsidie voor een project, bestaande uit industrieel onderzoek, bedraagt 50 procent van de projectkosten, doch niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag.
2. Het krediet voor projecten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt:
a. indien het project wordt uitgevoerd ten behoeve van vliegtuigen, bestemd voor minder dan 100 passagiers of een daarmee overeenkomende vrachtcapaciteit, of indien het project betrekking heeft op motoren of onderdelen daarvan: 40 procent van de projectkosten, doch niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag;
b. indien het project wordt uitgevoerd ten behoeve van vliegtuigen, anders dan bedoeld onder a: 33 procent van de projectkosten, doch niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag.
3. Het in het tweede lid, onder a, genoemde percentage wordt met 10 procent verhoogd indien subsidie wordt verstrekt aan een ondernemer die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 (PbEG L 70) betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen;
4. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste, tweede of derde lid geldende percentage van de projectkosten.
5. Bij de toepassing van het eerste, tweede en derde lid worden de bijdragen van derden, anders dan bedoeld in het vierde lid, met betrekking tot de projectkosten op de projectkosten in mindering gebracht.
2. Het krediet voor projecten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt:
a. indien het project wordt uitgevoerd ten behoeve van vliegtuigen, bestemd voor minder dan 100 passagiers of een daarmee overeenkomende vrachtcapaciteit, of indien het project betrekking heeft op motoren of onderdelen daarvan: 40 procent van de projectkosten, doch niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag;
b. indien het project wordt uitgevoerd ten behoeve van vliegtuigen, anders dan bedoeld onder a: 33 procent van de projectkosten, doch niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag.
3. Het in het tweede lid, onder a, genoemde percentage wordt met 10 procent verhoogd indien subsidie wordt verstrekt aan een ondernemer die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 (PbEG L 70) betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen;
4. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste, tweede of derde lid geldende percentage van de projectkosten.
5. Bij de toepassing van het eerste, tweede en derde lid worden de bijdragen van derden, anders dan bedoeld in het vierde lid, met betrekking tot de projectkosten op de projectkosten in mindering gebracht.