BWBR0011247
Geldig vanaf 2000-05-19
Artikel 23
Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling
1. Onze Minister kan op aanvraag van de subsidie-ontvanger het krediet en de rentevergoeding kwijtschelden, indien de subsidie-ontvanger heeft voldaan aan alle ingevolge de kredietverlening voor hem geldende verplichtingen en
a. het project technisch is mislukt, Onze Minister op grond daarvan met toepassing van artikel 11, eerste lid, ontheffing heeft gegeven voor het stopzetten van het project en de aanvrager aannemelijk maakt, dat met uit het project voortvloeiende of ervan afgeleide productie of dienstverlening geen omzet zal worden gerealiseerd, of
b. sedert de vaststelling van het bedrag van het krediet in een aaneengesloten periode van vijf jaren met uit het project voortvloeiende of ervan afgeleide productie of dienstverlening geen omzet is gerealiseerd en de aanvrager aannemelijk maakt, dat zulks in de komende vijf jaren ook niet meer kan worden verwacht.
2. Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, bedraagt het kwijt te schelden bedrag ten hoogste 25 procent of, indien sprake is van een ondernemer als bedoeld in artikel 3, derde lid, ten hoogste 35 procent van de projectkosten.
3. Het tweede lid is niet van toepassing indien het project is uitgevoerd in het kader van een bij regeling van Onze Minister aangewezen internationaal programma voor vliegtuigontwikkeling.
a. het project technisch is mislukt, Onze Minister op grond daarvan met toepassing van artikel 11, eerste lid, ontheffing heeft gegeven voor het stopzetten van het project en de aanvrager aannemelijk maakt, dat met uit het project voortvloeiende of ervan afgeleide productie of dienstverlening geen omzet zal worden gerealiseerd, of
b. sedert de vaststelling van het bedrag van het krediet in een aaneengesloten periode van vijf jaren met uit het project voortvloeiende of ervan afgeleide productie of dienstverlening geen omzet is gerealiseerd en de aanvrager aannemelijk maakt, dat zulks in de komende vijf jaren ook niet meer kan worden verwacht.
2. Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, bedraagt het kwijt te schelden bedrag ten hoogste 25 procent of, indien sprake is van een ondernemer als bedoeld in artikel 3, derde lid, ten hoogste 35 procent van de projectkosten.
3. Het tweede lid is niet van toepassing indien het project is uitgevoerd in het kader van een bij regeling van Onze Minister aangewezen internationaal programma voor vliegtuigontwikkeling.