BWBR0011000
Geldig vanaf 2006-07-07
Artikel 38
Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
1. De subsidieontvanger is verplicht:
a. de in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doelen, bedoeld in artikel 35, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 37, eerste lid, te realiseren;
b. indien op het terrein voor meerdere beheerspakketten beheerssubsidie wordt verleend, de in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doelen, bedoeld in artikel 34, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 37, eerste lid, te realiseren;
c. de in het beheerspakket, onderscheidenlijk de beheerspakketten, opgenomen beheersvoorschriften te treffen die zijn vermeld in de bijlage waarin het beheerspakket is, onderscheidenlijk de beheerspakketten zijn, opgenomen;
d. het reliëf van het terrein te handhaven;
e. de bestaande waterhuishouding van het terrein te handhaven;
f. van omstandigheden als gevolg waarvan het redelijkerwijs niet mogelijk is te voldoen aan de verplichting, bedoeld in onderdeel a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c, binnen twee weken nadat de subsidieontvanger daarvan redelijkerwijs op de hoogte kan zijn aan de directeur van de Dienst Regelingen schriftelijk melding te doen;
g. uiterlijk drie maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit schriftelijk te melden aan de directeur van de Dienst Regelingen.
h. aan de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en hygiëne te voldoen, hetgeen betekent dat hij op het tijdstip zijn bedrijf uitoefent met inachtneming van de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewater, de Wet bodembescherming, de Meststoffenwet, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Gezondheid- en welzijnswet voor dieren, de Diergeneesmiddelenwet en de Plantenziektewet geldende normen.
2. De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en e, gelden voor de periode waarover beheerssubsidie is verleend, met dien verstande dat zij niet gelden voorzover dit in de beschikking tot verlening van beheerssubsidie, dan wel in de beheerspakketten, anders is bepaald.
3. Indien subsidie is verleend voor de beheerspakketten opgenomen in de bijlagen 19 tot en met 22, gelden de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en e al dan niet in combinatie met een beheerspakket, opgenomen in de bijlagen 28b tot en met 28f, uitsluitend voor die oppervlakten waarop onderdeel 4, van de beheerspakketten, opgenomen in de bijlagen 19 tot en met 22van toepassing zijn.
a. de in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doelen, bedoeld in artikel 35, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 37, eerste lid, te realiseren;
b. indien op het terrein voor meerdere beheerspakketten beheerssubsidie wordt verleend, de in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doelen, bedoeld in artikel 34, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 37, eerste lid, te realiseren;
c. de in het beheerspakket, onderscheidenlijk de beheerspakketten, opgenomen beheersvoorschriften te treffen die zijn vermeld in de bijlage waarin het beheerspakket is, onderscheidenlijk de beheerspakketten zijn, opgenomen;
d. het reliëf van het terrein te handhaven;
e. de bestaande waterhuishouding van het terrein te handhaven;
f. van omstandigheden als gevolg waarvan het redelijkerwijs niet mogelijk is te voldoen aan de verplichting, bedoeld in onderdeel a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c, binnen twee weken nadat de subsidieontvanger daarvan redelijkerwijs op de hoogte kan zijn aan de directeur van de Dienst Regelingen schriftelijk melding te doen;
g. uiterlijk drie maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit schriftelijk te melden aan de directeur van de Dienst Regelingen.
h. aan de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en hygiëne te voldoen, hetgeen betekent dat hij op het tijdstip zijn bedrijf uitoefent met inachtneming van de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewater, de Wet bodembescherming, de Meststoffenwet, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Gezondheid- en welzijnswet voor dieren, de Diergeneesmiddelenwet en de Plantenziektewet geldende normen.
2. De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en e, gelden voor de periode waarover beheerssubsidie is verleend, met dien verstande dat zij niet gelden voorzover dit in de beschikking tot verlening van beheerssubsidie, dan wel in de beheerspakketten, anders is bepaald.
3. Indien subsidie is verleend voor de beheerspakketten opgenomen in de bijlagen 19 tot en met 22, gelden de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d en e al dan niet in combinatie met een beheerspakket, opgenomen in de bijlagen 28b tot en met 28f, uitsluitend voor die oppervlakten waarop onderdeel 4, van de beheerspakketten, opgenomen in de bijlagen 19 tot en met 22van toepassing zijn.