BWBR0011000
Geldig vanaf 2006-07-07
Artikel 17b
Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
1. Probleemgebieden worden begrensd met inachtneming van de voorwaarden bedoeld de artikelen 17 tot en met 21 van de Verordening nr. 1257/99van 17 mei 1999 van de Raad van de Europese Unie inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160).
2. Als probleemgebied kunnen worden begrensd:
a. diepe veenweidegebieden;
b. uiterwaarden;
c. beekdalen;
d. hellingen, en
e. gebieden, die door de minister zijn aangewezen als onderdeel van een speciale beschermingszone als bedoeld in de Richtlijnen (EEG) nr. 79/409 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103) en nr. 92/43 van de Raad van Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206).
2. Als probleemgebied kunnen worden begrensd:
a. diepe veenweidegebieden;
b. uiterwaarden;
c. beekdalen;
d. hellingen, en
e. gebieden, die door de minister zijn aangewezen als onderdeel van een speciale beschermingszone als bedoeld in de Richtlijnen (EEG) nr. 79/409 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103) en nr. 92/43 van de Raad van Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206).