BWBR0011000
Geldig vanaf 2006-07-07
Artikel 18
Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
1. Aanvragen tot subsidieverlening uit hoofde van deze regeling worden ingediend bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen.
2. In de aanvraag tot subsidieverlening wordt in ieder geval aangegeven:
a. welk beheerspakket, onderscheidenlijk welke beheerspakketten, de aanvraag betreft;
b. welk landschapspakket, onderscheidenlijk welke landschapspakketten, de aanvraag betreft;
c. of de aanvraag mede betrekking heeft op de maatregel, bedoeld in artikel 33;
d. of er sprake is van inrichtingssubsidie;
e. of de aanvraag wordt ingediend door een ondernemer en
f. of de subsidieaanvrager beheerder is.
3. Indien de subsidieaanvrager niet krachtens zakelijk of duurzaam persoonlijk recht beschikt over een recht tot gebruik en beheer van het terrein waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, wordt in de aanvraag tevens vermeld of het gebruiksrecht van het desbetreffende terrein berust bij een ondernemer, behoudens in het geval de aanvrager een rechtspersoon is als bedoeld in artikel 5.
4. Aanvragen worden onderscheiden naar provincies waarin het desbetreffende terrein of het grootste deel daarvan is gelegen.
2. In de aanvraag tot subsidieverlening wordt in ieder geval aangegeven:
a. welk beheerspakket, onderscheidenlijk welke beheerspakketten, de aanvraag betreft;
b. welk landschapspakket, onderscheidenlijk welke landschapspakketten, de aanvraag betreft;
c. of de aanvraag mede betrekking heeft op de maatregel, bedoeld in artikel 33;
d. of er sprake is van inrichtingssubsidie;
e. of de aanvraag wordt ingediend door een ondernemer en
f. of de subsidieaanvrager beheerder is.
3. Indien de subsidieaanvrager niet krachtens zakelijk of duurzaam persoonlijk recht beschikt over een recht tot gebruik en beheer van het terrein waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, wordt in de aanvraag tevens vermeld of het gebruiksrecht van het desbetreffende terrein berust bij een ondernemer, behoudens in het geval de aanvrager een rechtspersoon is als bedoeld in artikel 5.
4. Aanvragen worden onderscheiden naar provincies waarin het desbetreffende terrein of het grootste deel daarvan is gelegen.