BWBR0010999
Geldig vanaf 2005-10-13
Artikel 36
Subsidieregeling natuurbeheer 2000
1. Telkens binnen 8 weken na afloop van een tijdvak dient de ontvanger van beheerssubsidie voor het desbetreffende terrein een aanvraag tot subsidievaststelling over dat tijdvak in bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen.
2. Een subsidieontvanger als bedoeld in artikel 6, doet bij de aanvraag bedoeld in het eerste lid een opgave van:
a. de leden of aangeslotenen aan wie door hem bijdragen zijn toegekend;
b. de activiteiten van die leden of aangeslotenen waarvoor de bijdragen zijn toegekend en
c. de bedragen, per lid of aangeslotene, die zijn toegekend.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op een subsidieontvanger als bedoeld in artikel 6van wie de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, vergezeld gaat van een verklaring, overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, van een accountant-administratieconsulent of registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat de subsidieontvanger beschikt over de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
4. Een subsidieontvanger aan wie subsidie is verleend op grond van een aanvraag als bedoeld in artikel 20a, verstrekt bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, een verklaring, overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, van een accountant-administratieconsulent of registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt ten behoeve van welke beheerder of beheerders de subsidie is ontvangen.
5. De ontvanger van beheerssubsidie geeft in de aanvraag aan in hoeverre het doel, bedoeld in artikel 31, onderdeel b, is gerealiseerd.
2. Een subsidieontvanger als bedoeld in artikel 6, doet bij de aanvraag bedoeld in het eerste lid een opgave van:
a. de leden of aangeslotenen aan wie door hem bijdragen zijn toegekend;
b. de activiteiten van die leden of aangeslotenen waarvoor de bijdragen zijn toegekend en
c. de bedragen, per lid of aangeslotene, die zijn toegekend.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op een subsidieontvanger als bedoeld in artikel 6van wie de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, vergezeld gaat van een verklaring, overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, van een accountant-administratieconsulent of registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat de subsidieontvanger beschikt over de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
4. Een subsidieontvanger aan wie subsidie is verleend op grond van een aanvraag als bedoeld in artikel 20a, verstrekt bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, een verklaring, overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, van een accountant-administratieconsulent of registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt ten behoeve van welke beheerder of beheerders de subsidie is ontvangen.
5. De ontvanger van beheerssubsidie geeft in de aanvraag aan in hoeverre het doel, bedoeld in artikel 31, onderdeel b, is gerealiseerd.