BWBR0010999
Geldig vanaf 2005-10-13
Artikel 13
Subsidieregeling natuurbeheer 2000
1. Ten behoeve van de uitvoering van deze regeling worden natuurgebieden begrensd met de vaststelling van natuurgebiedsplannen, die in ieder geval bevatten:
a. een kaart met een topografische ondergrond op ten hoogste schaal 1 : 25.000, waarin de grenzen van het natuurgebied zijn opgenomen;
b. een omschrijving van de in het natuurgebied nagestreefde doelstellingen op het gebied van natuur en bos;
c. de in het desbetreffende natuurgebied om te vormen of te ontwikkelen basis- of pluspakketten;
d. de in het desbetreffende natuurgebied aan te leggen, te herstellen of in stand te houden landschapspakketten;
e. het aantal hectares ten behoeve waarvan in het natuurgebied beheerssubsidie kan worden verleend op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer;
f. een aanduiding waar verwerving van in het natuurgebied gelegen landbouwgronden of andere gronden met het oog op natuurontwikkeling, ten behoeve van een instelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, dan wel ten behoeve van Staatsbosbeheer niet uitsluitend wordt nagestreefd, en
g. een aanduiding waar verwerving van in het natuurgebied gelegen landbouwgronden of andere gronden met het oog op natuurontwikkeling, uitsluitend wordt nagestreefd ten behoeve van een instelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties of ten behoeve van Staatsbosbeheer dan wel ten behoeve van een instelling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van die regeling, doch ten aanzien van deze laatstbedoelde instellingen slechts voorzover die gronden zijn gelegen in een door de minister goedgekeurd begrenzingenplan als bedoeld in het derde lid van dat artikel.
2. Bij een aanduiding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, kan worden vastgesteld in welke mate subsidies als bedoeld in artikel 2ten behoeve van de ontwikkeling of omvorming van basis- of pluspakketten slechts aan instellingen als bedoeld in die onderdelen kunnen worden verstrekt.
3. In het natuurgebiedsplan kan een ruilgebied worden begrensd waarvan de grenzen op de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kaart zijn opgenomen.
4. Indien bij de vaststelling van de natuurgebiedsplannen niet met zekerheid kan worden bepaald dat de toepassing van de landschapspakketten opgenomen in bijlagen 32 tot en met 46op alle locaties van het betreffende natuurgebied daadwerkelijk bijdraagt aan het bereiken van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde doelstellingen, wordt in het natuurgebiedsplan tevens opgenomen dat de minister bij de besluitvorming omtrent subsidieverlening kan toetsen of het verlenen van subsidie voor een landschapspakket op de desbetreffende locatie doelmatig is.
5. Voor zover in natuurgebiedsplannen quota zijn opgenomen wordt met deze quota geen rekening gehouden bij de beoordeling van subsidieaanvragen.
6. Voor zover natuurgebiedsplannen voorzien in het aanleggen, herstellen of in stand houden van het landschapspakket dat is opgenomen in bijlage 42kan in het desbetreffende natuurgebied tevens het landschapspakket dat is opgenomen in bijlage 43worden aangelegd, hersteld of in stand gehouden.
a. een kaart met een topografische ondergrond op ten hoogste schaal 1 : 25.000, waarin de grenzen van het natuurgebied zijn opgenomen;
b. een omschrijving van de in het natuurgebied nagestreefde doelstellingen op het gebied van natuur en bos;
c. de in het desbetreffende natuurgebied om te vormen of te ontwikkelen basis- of pluspakketten;
d. de in het desbetreffende natuurgebied aan te leggen, te herstellen of in stand te houden landschapspakketten;
e. het aantal hectares ten behoeve waarvan in het natuurgebied beheerssubsidie kan worden verleend op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer;
f. een aanduiding waar verwerving van in het natuurgebied gelegen landbouwgronden of andere gronden met het oog op natuurontwikkeling, ten behoeve van een instelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, dan wel ten behoeve van Staatsbosbeheer niet uitsluitend wordt nagestreefd, en
g. een aanduiding waar verwerving van in het natuurgebied gelegen landbouwgronden of andere gronden met het oog op natuurontwikkeling, uitsluitend wordt nagestreefd ten behoeve van een instelling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties of ten behoeve van Staatsbosbeheer dan wel ten behoeve van een instelling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van die regeling, doch ten aanzien van deze laatstbedoelde instellingen slechts voorzover die gronden zijn gelegen in een door de minister goedgekeurd begrenzingenplan als bedoeld in het derde lid van dat artikel.
2. Bij een aanduiding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, kan worden vastgesteld in welke mate subsidies als bedoeld in artikel 2ten behoeve van de ontwikkeling of omvorming van basis- of pluspakketten slechts aan instellingen als bedoeld in die onderdelen kunnen worden verstrekt.
3. In het natuurgebiedsplan kan een ruilgebied worden begrensd waarvan de grenzen op de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kaart zijn opgenomen.
4. Indien bij de vaststelling van de natuurgebiedsplannen niet met zekerheid kan worden bepaald dat de toepassing van de landschapspakketten opgenomen in bijlagen 32 tot en met 46op alle locaties van het betreffende natuurgebied daadwerkelijk bijdraagt aan het bereiken van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde doelstellingen, wordt in het natuurgebiedsplan tevens opgenomen dat de minister bij de besluitvorming omtrent subsidieverlening kan toetsen of het verlenen van subsidie voor een landschapspakket op de desbetreffende locatie doelmatig is.
5. Voor zover in natuurgebiedsplannen quota zijn opgenomen wordt met deze quota geen rekening gehouden bij de beoordeling van subsidieaanvragen.
6. Voor zover natuurgebiedsplannen voorzien in het aanleggen, herstellen of in stand houden van het landschapspakket dat is opgenomen in bijlage 42kan in het desbetreffende natuurgebied tevens het landschapspakket dat is opgenomen in bijlage 43worden aangelegd, hersteld of in stand gehouden.