BWBR0010999
Geldig vanaf 2005-10-13
Artikel 1
Subsidieregeling natuurbeheer 2000
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
b. terrein: gebied, niet zijnde een erf of tuin, dat niet wordt doorsneden door: i. wegen breder dan 5 meter,
ii. waterlopen die op enig punt breder zijn dan 25 meter,
iii. een dubbelsporige spoorlijn, of
iv. een geëlektrificeerde spoorlijn, en ten hoogste tot een oppervlakte van 1% van het gebied bestaat uit bebouwing;
i. wegen breder dan 5 meter,
ii. waterlopen die op enig punt breder zijn dan 25 meter,
iii. een dubbelsporige spoorlijn, of
iv. een geëlektrificeerde spoorlijn, en ten hoogste tot een oppervlakte van 1% van het gebied bestaat uit bebouwing;
c. beheerder: eigenaar van een terrein, erfpachter van een terrein met een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar of gebruiksgerechtigde op basis van een plan van tijdelijk gebruik als bedoeld in artikel 189 van de Landinrichtingswet van een terrein dat is begrensd ingevolge artikel 142, eerste lid, onderdeel b, van de Landinrichtingswet of dat in het landinrichtingsplan, bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, is aangeduid als te realiseren natuurterrein of reservaat;
d. landbouwgrond: grond waarop ten minste vanaf 31 juli 1992 enige vorm van akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen – en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande, met uitzondering van bosbouw, wordt bedreven, of gronden die uit productie zijn genomen in het kader van de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland of de Regeling GLB-inkomenssteun 2006;
e. basispakket: in één van de bijlagen 12 tot en met 21 beschreven samenstel van in een terrein voorkomende flora, beheersvoorschriften of terreinkenmerken;
f. pluspakket: in één van de bijlagen 22 tot en met 41 beschreven samenstel van in een terrein voorkomende flora, fauna, beheersvoorschriften of terreinkenmerken;
g. landschapspakket: in één van de bijlagen 42 tot en met 56 beschreven samenstel van in een terrein voorkomende en karakteristiek voor het landschap zijnde landschappelijke elementen;
h. recreatiepakket: in bijlage 58 beschreven samenstel van recreatieve voorzieningen in een terrein en kenmerken van een terrein;
i. beheerseenheid: oppervlakte-eenheid binnen een terrein waarop een basis-, plus-, recreatie- of landschapspakket ontwikkeld, omgevormd of in stand gehouden wordt;
j. beheerssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a;
k. recreatiesubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel d;
l. inrichtingssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel c;
m. subsidie functieverandering: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b;
n. landschapssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel e;
o. beheersbijdrage: onderscheidenlijk bedrag als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 56;
p. recreatiebijdrage: bedrag als bedoeld in bijlage 58;
q. bureau beheer landbouwgronden: bureau als bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer;
r. natuurgebiedsplan: plan als bedoeld in artikel 13;
s. natuurgebied: gebied dat als zodanig is begrensd in een natuurgebiedsplan;
t. ruilgebied: gebied grenzend aan een gebied als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel f, onderscheidenlijk g, bestaande uit landbouwgronden die uitsluitend verworven kunnen worden met het oogmerk om te ruilen met landbouwgronden gelegen in gebieden als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel f, onderscheidenlijk g;
u. Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
v. tijdvak: ononderbroken periode van zes jaar;
w. GVE: grootvee-eenheden, berekend door omrekening aan de hand van de tabel van Verordening (EEG) nr. 2078/92, betreffende landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming, en betreffende natuurbeheer (Pb EG 1992, L 215);
x. Nationaal Groenfonds: Stichting Groenfonds, gevestigd te ’s-Gravenhage en kantoorhoudend te Hoevelaken;
y. landinrichtingsplan: landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, aanpassingsplan als bedoeld in artikel 102 van de Landinrichtingswet, plan van voorzieningen als bedoeld in artikel 81 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, herinrichtingsplan als bedoeld in artikel 16 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën of reconstructieplan als bedoeld in artikel 11 van de Reconstructiewet concentratiegebieden;
z. plan van toedeling: plan van toedeling als bedoeld in artikel 201 van de Landinrichtingswet, als bedoeld in artikel 81 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, als bedoeld in artikel 85 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën of als bedoeld in artikel 62 van de Reconstructiewet concentratiegebieden;
aa. verdunningsfactor: quotiënt van de oppervlakte van de grond verkregen door hemelsbreed een lijn te trekken om de buitenste hoeken van de buitenste terreinen waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de totale oppervlakte van de in dat gebied gelegen terreinen waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
2. Voor de toepassing van deze regeling wordt onder ‘terrein’ mede verstaan: samenstel van terreinen dat door een beheerder als een geheel wordt beheerd.
3. Ten aanzien van een aanvraag voor subsidie die is ingediend vóór 25 oktober 2003 wordt, in zoverre in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, voor de toepassing van deze regeling onder beheerder verstaan: ondernemer, dan wel enige andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die krachtens zakelijk of duurzaam persoonlijk recht beschikt over het recht tot gebruik en beheer van een terrein, doch voor zover het een vereniging betreft, slechts een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid.
a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
b. terrein: gebied, niet zijnde een erf of tuin, dat niet wordt doorsneden door: i. wegen breder dan 5 meter,
ii. waterlopen die op enig punt breder zijn dan 25 meter,
iii. een dubbelsporige spoorlijn, of
iv. een geëlektrificeerde spoorlijn, en ten hoogste tot een oppervlakte van 1% van het gebied bestaat uit bebouwing;
i. wegen breder dan 5 meter,
ii. waterlopen die op enig punt breder zijn dan 25 meter,
iii. een dubbelsporige spoorlijn, of
iv. een geëlektrificeerde spoorlijn, en ten hoogste tot een oppervlakte van 1% van het gebied bestaat uit bebouwing;
c. beheerder: eigenaar van een terrein, erfpachter van een terrein met een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar of gebruiksgerechtigde op basis van een plan van tijdelijk gebruik als bedoeld in artikel 189 van de Landinrichtingswet van een terrein dat is begrensd ingevolge artikel 142, eerste lid, onderdeel b, van de Landinrichtingswet of dat in het landinrichtingsplan, bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, is aangeduid als te realiseren natuurterrein of reservaat;
d. landbouwgrond: grond waarop ten minste vanaf 31 juli 1992 enige vorm van akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen – en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande, met uitzondering van bosbouw, wordt bedreven, of gronden die uit productie zijn genomen in het kader van de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland of de Regeling GLB-inkomenssteun 2006;
e. basispakket: in één van de bijlagen 12 tot en met 21 beschreven samenstel van in een terrein voorkomende flora, beheersvoorschriften of terreinkenmerken;
f. pluspakket: in één van de bijlagen 22 tot en met 41 beschreven samenstel van in een terrein voorkomende flora, fauna, beheersvoorschriften of terreinkenmerken;
g. landschapspakket: in één van de bijlagen 42 tot en met 56 beschreven samenstel van in een terrein voorkomende en karakteristiek voor het landschap zijnde landschappelijke elementen;
h. recreatiepakket: in bijlage 58 beschreven samenstel van recreatieve voorzieningen in een terrein en kenmerken van een terrein;
i. beheerseenheid: oppervlakte-eenheid binnen een terrein waarop een basis-, plus-, recreatie- of landschapspakket ontwikkeld, omgevormd of in stand gehouden wordt;
j. beheerssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a;
k. recreatiesubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel d;
l. inrichtingssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel c;
m. subsidie functieverandering: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b;
n. landschapssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel e;
o. beheersbijdrage: onderscheidenlijk bedrag als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 56;
p. recreatiebijdrage: bedrag als bedoeld in bijlage 58;
q. bureau beheer landbouwgronden: bureau als bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer;
r. natuurgebiedsplan: plan als bedoeld in artikel 13;
s. natuurgebied: gebied dat als zodanig is begrensd in een natuurgebiedsplan;
t. ruilgebied: gebied grenzend aan een gebied als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel f, onderscheidenlijk g, bestaande uit landbouwgronden die uitsluitend verworven kunnen worden met het oogmerk om te ruilen met landbouwgronden gelegen in gebieden als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel f, onderscheidenlijk g;
u. Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
v. tijdvak: ononderbroken periode van zes jaar;
w. GVE: grootvee-eenheden, berekend door omrekening aan de hand van de tabel van Verordening (EEG) nr. 2078/92, betreffende landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming, en betreffende natuurbeheer (Pb EG 1992, L 215);
x. Nationaal Groenfonds: Stichting Groenfonds, gevestigd te ’s-Gravenhage en kantoorhoudend te Hoevelaken;
y. landinrichtingsplan: landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, aanpassingsplan als bedoeld in artikel 102 van de Landinrichtingswet, plan van voorzieningen als bedoeld in artikel 81 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, herinrichtingsplan als bedoeld in artikel 16 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën of reconstructieplan als bedoeld in artikel 11 van de Reconstructiewet concentratiegebieden;
z. plan van toedeling: plan van toedeling als bedoeld in artikel 201 van de Landinrichtingswet, als bedoeld in artikel 81 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, als bedoeld in artikel 85 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën of als bedoeld in artikel 62 van de Reconstructiewet concentratiegebieden;
aa. verdunningsfactor: quotiënt van de oppervlakte van de grond verkregen door hemelsbreed een lijn te trekken om de buitenste hoeken van de buitenste terreinen waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de totale oppervlakte van de in dat gebied gelegen terreinen waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
2. Voor de toepassing van deze regeling wordt onder ‘terrein’ mede verstaan: samenstel van terreinen dat door een beheerder als een geheel wordt beheerd.
3. Ten aanzien van een aanvraag voor subsidie die is ingediend vóór 25 oktober 2003 wordt, in zoverre in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, voor de toepassing van deze regeling onder beheerder verstaan: ondernemer, dan wel enige andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die krachtens zakelijk of duurzaam persoonlijk recht beschikt over het recht tot gebruik en beheer van een terrein, doch voor zover het een vereniging betreft, slechts een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid.