BWBR0010545
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 7
Informatiestatuut Raad voor de Transportveiligheid
1. De minister informeert de raad tijdig over voornemens tot het uitoefenen van bevoegdheden met betrekking tot de taakuitoefening van de raad en stelt de raad in de gelegenheid zijn visie daarop kenbaar te maken binnen een op de aard der zaak toegesneden termijn.
2. Onder de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval begrepen:
a. het geven van algemene aanwijzingen als bedoeld in artikel 36 van de wet;
b. het geven van een opdracht aan de raad tot het deelnemen aan een onderzoek in een andere staat als bedoeld in artikel 80, tweede lid, van de wet;
c. het geven van een opdracht aan de raad tot het verlenen van bijstand aan een onderzoek in een andere staat als bedoeld in artikel 84, eerste en derde lid, van de wet;
d. het waarnemen van de taak van de raad, bedoeld in artikel 90, eerste lid, van de wet.
2. Onder de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval begrepen:
a. het geven van algemene aanwijzingen als bedoeld in artikel 36 van de wet;
b. het geven van een opdracht aan de raad tot het deelnemen aan een onderzoek in een andere staat als bedoeld in artikel 80, tweede lid, van de wet;
c. het geven van een opdracht aan de raad tot het verlenen van bijstand aan een onderzoek in een andere staat als bedoeld in artikel 84, eerste en derde lid, van de wet;
d. het waarnemen van de taak van de raad, bedoeld in artikel 90, eerste lid, van de wet.