BWBR0010545
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 6
Informatiestatuut Raad voor de Transportveiligheid
1. De minister informeert de raad tijdig over besluiten, voorstellen en voornemens in verband met de totstandkoming of wijziging van nationale en internationale wet en regelgeving, indien kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de taakuitoefening van de raad.
2. Onder de besluiten, voorstellen en voornemens, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval begrepen:
a. besluiten en voornemens tot het in gang zetten van een wijziging van de wet, alsmede van de daarop gebaseerde algemene maatregel van bestuur en ministeriële regelingen, dit informatiestatuut daaronder begrepen;
b. besluiten, voorstellen en voornemens tot het tot stand brengen of wijzigen van regelgeving die aan de orde zijn in het kader van de Europese Unie, van internationale organisaties en van internationaal overleg waaraan Nederland deelneemt, alsmede de Nederlandse standpuntbepaling ter zake.
3. De raad stelt de minister desgewenst in kennis van zijn visie op de besluiten, voorstellen en voornemens, bedoeld in het eerste lid.
2. Onder de besluiten, voorstellen en voornemens, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval begrepen:
a. besluiten en voornemens tot het in gang zetten van een wijziging van de wet, alsmede van de daarop gebaseerde algemene maatregel van bestuur en ministeriële regelingen, dit informatiestatuut daaronder begrepen;
b. besluiten, voorstellen en voornemens tot het tot stand brengen of wijzigen van regelgeving die aan de orde zijn in het kader van de Europese Unie, van internationale organisaties en van internationaal overleg waaraan Nederland deelneemt, alsmede de Nederlandse standpuntbepaling ter zake.
3. De raad stelt de minister desgewenst in kennis van zijn visie op de besluiten, voorstellen en voornemens, bedoeld in het eerste lid.