BWBR0010545
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 16
Informatiestatuut Raad voor de Transportveiligheid
1. Uiterlijk 24 weken voor de datum waarop het verslag, bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de wet, aan de Staten-Generaal dient te worden gezonden, treedt de minister in overleg met de raad over de aanpak en de inhoud van de evaluatie en verzoekt de minister de raad de daarvoor benodigde informatie te verstrekken.
2. De informatie, bedoeld in het eerste lid, omvat in elk geval een overzicht van de informatie die is vervat in de jaarverslagen die de raad in de evaluatieperiode heeft uitgebracht.
3. Uiterlijk 12 weken voor de datum waarop het verslag aan de Staten-Generaal dient te worden gezonden, verstrekt de raad de minister de informatie, bedoeld in het eerste lid, desgewenst vergezeld van een toelichting.
4. Uiterlijk 8 weken voor de datum waarop het verslag aan de Staten-Generaal dient te worden gezonden, stelt de minister de raad in kennis van het concept-verslag, met het verzoek hierop binnen 4 weken zijn visie te geven.
5. In het verslag geeft de minister aan in hoeverre de visie van de raad is betrokken bij de finale beoordeling.
2. De informatie, bedoeld in het eerste lid, omvat in elk geval een overzicht van de informatie die is vervat in de jaarverslagen die de raad in de evaluatieperiode heeft uitgebracht.
3. Uiterlijk 12 weken voor de datum waarop het verslag aan de Staten-Generaal dient te worden gezonden, verstrekt de raad de minister de informatie, bedoeld in het eerste lid, desgewenst vergezeld van een toelichting.
4. Uiterlijk 8 weken voor de datum waarop het verslag aan de Staten-Generaal dient te worden gezonden, stelt de minister de raad in kennis van het concept-verslag, met het verzoek hierop binnen 4 weken zijn visie te geven.
5. In het verslag geeft de minister aan in hoeverre de visie van de raad is betrokken bij de finale beoordeling.