1. In het jaarverslag vermeldt de raad, naast het overzicht, bedoeld in artikel 26, tweede lid, eerste volzin, van de wet, in elk geval:
a. zijn oordeel over de getroffen voorzieningen voor de informatieverstrekking aan de raad, met name waar het de melding van ongevallen en incidenten betreft;
b. het aantal zaken op grond van de Wet Nationale Ombudsman en de Wet openbaarheid van bestuur, de resultaten daarvan, alsmede eventuele klachten en schadeclaims;
c. de relevante gegevens omtrent de gerealiseerde kwantiteit en kwaliteit van de taakuitoefening van de raad en de factoren die daarbij van invloed zijn geweest;
d. de relatie tussen de gegevens en factoren, bedoeld onder c, en de vooraf gestelde doelen in de betrokken begroting en het financiële meerjarenbeleidsplan, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet, mede gelet op het financieel verslag, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet;
e. de verwachte ontwikkelingen in de taakuitoefening van de raad, waarbij ook aandacht word besteed aan de investeringen, de financiering en personele aspecten, alsmede aan de omstandigheden waarvan de ontwikkeling van de kosten van de taakuitoefening afhankelijk is.
2. In het onderzoeksprogramma, behorend bij het jaarverslag bedoeld in artikel 26, tweede lid, tweede volzin, van de wet, geeft de raad in elk geval zijn voornemens weer met betrekking tot het in het komende kalenderjaar te verrichten onderzoek van ongevallen en incidenten, gericht op het doen van veiligheidsaanbevelingen.