BWBR0010463
Geldig vanaf 1999-06-05
Artikel 5
Regeling incidentele middelen voor achterstallig onderhoud van scholen voor voortgezet onderwijs (vo)
1. De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen zendt het bevoegd gezag uiterlijk half juni 1999 een beschikking omtrent de toekenning van de vergoeding, bedoeld in artikel 2. Voor de toekenning hoeft geen aanvraag te worden ingediend.
2. Van het bedrag dat aan de school of scholengemeenschap wordt toegekend, wordt in 1999 37,7%, in 2000 15,2% en 15,7% en in 2001 en 2003 jaarlijks 15,7 % betaald. De betaling voor 1999 vindt plaats in juni 1999, die voor 2000 in januari 2000 en november 2000, die voor 2001 in november 2001 en die voor 2003 in januari 2003.
2. Van het bedrag dat aan de school of scholengemeenschap wordt toegekend, wordt in 1999 37,7%, in 2000 15,2% en 15,7% en in 2001 en 2003 jaarlijks 15,7 % betaald. De betaling voor 1999 vindt plaats in juni 1999, die voor 2000 in januari 2000 en november 2000, die voor 2001 in november 2001 en die voor 2003 in januari 2003.