BWBR0010463
Geldig vanaf 1999-06-05
Artikel 2
Regeling incidentele middelen voor achterstallig onderhoud van scholen voor voortgezet onderwijs (vo)
1. Onze minister kent aan het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap een aanvullende exploitatiekostenvergoeding toe in verband met achterstallig onderhoud aan het gebouw van de hoofdvestiging of aan het gebouw van de nevenvestiging, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:
a. bouw in de periode voor 1 januari 1976,
b. bouw in de periode van 1 januari 1976 tot en met 31 december 1986 en
c. bouw in de periode vanaf 1 januari 1987.
2. De aanvullende vergoeding wordt berekend volgens artikel 4 en bedraagt per werkelijke m²:
a. ƒ 36,80, voor zover het betreft de in het eerste lid onder a genoemde periode,
b. ƒ 33,08, voor zover het betreft de in het eerste lid onder b genoemde periode, en
c. ƒ 7,04, voor zover het betreft de in het eerste lid onder c genoemde periode.
a. bouw in de periode voor 1 januari 1976,
b. bouw in de periode van 1 januari 1976 tot en met 31 december 1986 en
c. bouw in de periode vanaf 1 januari 1987.
2. De aanvullende vergoeding wordt berekend volgens artikel 4 en bedraagt per werkelijke m²:
a. ƒ 36,80, voor zover het betreft de in het eerste lid onder a genoemde periode,
b. ƒ 33,08, voor zover het betreft de in het eerste lid onder b genoemde periode, en
c. ƒ 7,04, voor zover het betreft de in het eerste lid onder c genoemde periode.