BWBR0010463
Geldig vanaf 1999-06-05
Artikel 3
Regeling incidentele middelen voor achterstallig onderhoud van scholen voor voortgezet onderwijs (vo)
1. Het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap komt niet in aanmerking voor de vergoeding, bedoeld in artikel 2, indien:
a. het betreft een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met uitsluitend een afdeling landbouw en natuurlijke omgeving;
b. op grond van artikel 107 van de Wet op het voortgezet onderwijs de school of scholengemeenschap voor zover het openbaar onderwijs betreft wordt opgeheven of ten aanzien van die school of scholengemeenschap voor zover het bijzonder onderwijs betreft de aanspraak op bekostiging verloren gaat.
c. het betreft een afdeling leerwegondersteunend onderwijs, een afdeling praktijkonderwijs en een school voor praktijkonderwijs, voortkomend uit het speciaal voortgezet onderwijs.
2. Het bevoegd gezag komt bij opheffing van de school of scholengemeenschap na uitkering van de eerste, tweede, derde of vierde tranche, bedoeld in artikel 5, tweede lid, niet in aanmerking voor verdere vergoeding vanaf het tijdstip waarop de bekostiging wordt beëindigd.
a. het betreft een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met uitsluitend een afdeling landbouw en natuurlijke omgeving;
b. op grond van artikel 107 van de Wet op het voortgezet onderwijs de school of scholengemeenschap voor zover het openbaar onderwijs betreft wordt opgeheven of ten aanzien van die school of scholengemeenschap voor zover het bijzonder onderwijs betreft de aanspraak op bekostiging verloren gaat.
c. het betreft een afdeling leerwegondersteunend onderwijs, een afdeling praktijkonderwijs en een school voor praktijkonderwijs, voortkomend uit het speciaal voortgezet onderwijs.
2. Het bevoegd gezag komt bij opheffing van de school of scholengemeenschap na uitkering van de eerste, tweede, derde of vierde tranche, bedoeld in artikel 5, tweede lid, niet in aanmerking voor verdere vergoeding vanaf het tijdstip waarop de bekostiging wordt beëindigd.