BWBR0010270
Geldig vanaf 1999-03-01
Artikel 11
Regeling geneeskundig onderzoek vaarbewijzen binnenvaart
1. In het geval, bedoeld in artikel 10, eerste lid, verklaart de deskundige de aanvrager geschikt of ongeschikt. In geval van twijfel kan de deskundige de aanvrager oproepen voor een nader onderzoek. Indien nodig, kan de deskundige, onder gebruikmaking van het formulier dat is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage IV, de aanvrager doorverwijzen voor een deelonderzoek naar een specialist.
2. In het geval, dat de deskundige de aanvrager geschikt verklaart, verstrekt de deskundige, onder vermelding van deze uitslag, de aanvrager een geneeskundige verklaring, die is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage II.
3. In het geval, dat de deskundige de aanvrager ongeschikt verklaart, zendt de deskundige de aanvrager een bericht van afkeuring, dat is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage III, onder mededeling van de mogelijkheid van heronderzoek.
4. De aanvrager die ongeschikt is verklaard en een heronderzoek wenst, wendt zich tot een deskundige die niet de deskundige is die reeds bij de beoordeling van de eigen verklaring was betrokken. Ten aanzien van het heronderzoek is artikel 4van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat het heronderzoek kan bestaan uit het uitsluitend beoordelen van de ter beschikking staande medische gegevens.
5. De deskundige doet van het ongeschikt verklaren van een aanvrager mededeling aan:
a. de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB, indien het de aanvrage van een klein vaarbewijs betreft;
b. de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, indien het de aanvrage van een groot vaarbewijs betreft.
2. In het geval, dat de deskundige de aanvrager geschikt verklaart, verstrekt de deskundige, onder vermelding van deze uitslag, de aanvrager een geneeskundige verklaring, die is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage II.
3. In het geval, dat de deskundige de aanvrager ongeschikt verklaart, zendt de deskundige de aanvrager een bericht van afkeuring, dat is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage III, onder mededeling van de mogelijkheid van heronderzoek.
4. De aanvrager die ongeschikt is verklaard en een heronderzoek wenst, wendt zich tot een deskundige die niet de deskundige is die reeds bij de beoordeling van de eigen verklaring was betrokken. Ten aanzien van het heronderzoek is artikel 4van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat het heronderzoek kan bestaan uit het uitsluitend beoordelen van de ter beschikking staande medische gegevens.
5. De deskundige doet van het ongeschikt verklaren van een aanvrager mededeling aan:
a. de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB, indien het de aanvrage van een klein vaarbewijs betreft;
b. de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, indien het de aanvrage van een groot vaarbewijs betreft.