BWBR0010270
Geldig vanaf 1999-03-01
Artikel 6
Regeling geneeskundig onderzoek vaarbewijzen binnenvaart
1. De arts die na het geneeskundig onderzoek van oordeel is dat de aanvrager ongeschikt is, deelt de aanvrager mee dat een heronderzoek kan worden aangevraagd bij een van de deskundigen.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, verzendt de arts een bericht van afkeuring dat is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage III, naar de medisch adviseur scheepvaart van het Directoraat-Generaal. De medisch adviseur doet hiervan mededeling aan de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.
3. De aanvrager die een heronderzoek wenst, richt zich daarvoor tot een deskundige onder toezending van de geneeskundige verklaring.
4. Ten aanzien van het heronderzoek zijn de artikelen 3, tweede lid, en 4van overeenkomstige toepassing.
5. Indien de deskundige na het heronderzoek van oordeel is dat de aanvrager medisch ongeschikt is, doet hij hiervan mededeling aan de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, verzendt de arts een bericht van afkeuring dat is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage III, naar de medisch adviseur scheepvaart van het Directoraat-Generaal. De medisch adviseur doet hiervan mededeling aan de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.
3. De aanvrager die een heronderzoek wenst, richt zich daarvoor tot een deskundige onder toezending van de geneeskundige verklaring.
4. Ten aanzien van het heronderzoek zijn de artikelen 3, tweede lid, en 4van overeenkomstige toepassing.
5. Indien de deskundige na het heronderzoek van oordeel is dat de aanvrager medisch ongeschikt is, doet hij hiervan mededeling aan de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.