BWBR0010173
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 2.3.14
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken
1. Deze afdeling is, met uitzondering van de artikelen 2.3.1en 2.3.3 tot en met 2.3.9, en 2.3.10, vijfde lid, niet van toepassing op de verlening van subsidie door een Nederlandse vertegenwoordiging namens de minister.
2. Deze afdeling is, met uitzondering van de artikelen 2.3.1, eerste lid, en 2.3.3 tot en met 2.3.9, en 2.3.10, vijfde lid, niet van toepassing op de verlening van subsidie aan organisaties, die naar doelstelling en werkzaamheden zijn gericht op een van de thema’s, genoemd in artikel 2.3.1, derde lid, waarop de minister op grond van statutaire of organisatorische voorzieningen zeggenschap kan uitoefenen ten aanzien van een of meer van de in artikel 2.3.12bedoelde onderwerpen.
3. De minister kan bij de bekendmaking van een beleidsvoornemen op grond van artikel 1.1.6afwijken van artikel 2.3.10.
2. Deze afdeling is, met uitzondering van de artikelen 2.3.1, eerste lid, en 2.3.3 tot en met 2.3.9, en 2.3.10, vijfde lid, niet van toepassing op de verlening van subsidie aan organisaties, die naar doelstelling en werkzaamheden zijn gericht op een van de thema’s, genoemd in artikel 2.3.1, derde lid, waarop de minister op grond van statutaire of organisatorische voorzieningen zeggenschap kan uitoefenen ten aanzien van een of meer van de in artikel 2.3.12bedoelde onderwerpen.
3. De minister kan bij de bekendmaking van een beleidsvoornemen op grond van artikel 1.1.6afwijken van artikel 2.3.10.