BWBR0010173
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 2.3.12
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken
In de uiteenzetting over de organisatie besteedt de aanvrager aandacht aan:
a. de mate van draagvlak in de Nederlandse samenleving,
b. de geschiedenis, missie en de relatie tussen missie en armoedebestrijding,
c. de gehanteerde interventiestrategieën,
d. de aard en kwaliteit van de relaties met partnerorganisaties,
e. de aard en kwaliteit van de relaties met derden,
f. de effecten en de duurzaamheid van de resultaten van de werkzaamheden van de organisatie,
g. de wijze waarop organisatiestructuur en -cultuur bijdragen aan een doelmatige en doelgerichte dienstverlening aan partnerorganisaties en derden,
h. de wijze waarop het beleid van de organisatie ten aanzien van personeel en innovatie bijdraagt aan een doelmatige en doelgerichte inzet van middelen,
i. de wijze waarop de organisatie gestalte geeft aan de bewaking van voortgang en kwaliteit van beleid en programma’s van de organisatie, en
j. het door de organisatie gevoerde financieel beheer.
a. de mate van draagvlak in de Nederlandse samenleving,
b. de geschiedenis, missie en de relatie tussen missie en armoedebestrijding,
c. de gehanteerde interventiestrategieën,
d. de aard en kwaliteit van de relaties met partnerorganisaties,
e. de aard en kwaliteit van de relaties met derden,
f. de effecten en de duurzaamheid van de resultaten van de werkzaamheden van de organisatie,
g. de wijze waarop organisatiestructuur en -cultuur bijdragen aan een doelmatige en doelgerichte dienstverlening aan partnerorganisaties en derden,
h. de wijze waarop het beleid van de organisatie ten aanzien van personeel en innovatie bijdraagt aan een doelmatige en doelgerichte inzet van middelen,
i. de wijze waarop de organisatie gestalte geeft aan de bewaking van voortgang en kwaliteit van beleid en programma’s van de organisatie, en
j. het door de organisatie gevoerde financieel beheer.