BWBR0010173
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 1.1.7
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken
1. De minister behandelt subsidieaanvragen in volgorde van binnenkomst.
2. De minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. De minister kan deze termijn verlengen met ten hoogste dertien weken.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de minister bij de bekendmaking van zijn beleidsvoornemens dan wel het subsidieplafond bepalen dat met het oog op een onderlinge afweging van aanvragen dan wel met het oog op een spreiding van uitgaven over het subsidietijdvak op aanvragen wordt beslist na een of meer bepaalde data. Daarbij kan de minister bepalen dat met het oog op een verdeling van de beschikbare middelen de aanvragen die voor de aangeduide datum worden ingediend, worden gerangschikt naar bij de bekendmaking aangeduide maatstaven.
2. De minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. De minister kan deze termijn verlengen met ten hoogste dertien weken.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de minister bij de bekendmaking van zijn beleidsvoornemens dan wel het subsidieplafond bepalen dat met het oog op een onderlinge afweging van aanvragen dan wel met het oog op een spreiding van uitgaven over het subsidietijdvak op aanvragen wordt beslist na een of meer bepaalde data. Daarbij kan de minister bepalen dat met het oog op een verdeling van de beschikbare middelen de aanvragen die voor de aangeduide datum worden ingediend, worden gerangschikt naar bij de bekendmaking aangeduide maatstaven.