BWBR0010173
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 1.2.5
Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken
1. De subsidieontvanger draagt zorg dat de begroting niet wordt overschreden.
2. Blijkt dat de werkelijke uitgaven aanzienlijk lager blijven of de inkomsten aanzienlijk hoger zijn dan de begroting, dan stelt de subsidieontvanger de minister daarvan zo spoedig mogelijk in kennis, onder opgave van de verschillen en de oorzaken daarvan.
3. Wijzigingen van activiteitenplan en begroting worden vooraf schriftelijk aan de minister ter goedkeuring voorgelegd. Indien binnen acht weken na indiening van het verzoek om goedkeuring de minister niet van bedenkingen heeft blijk gegeven, is het verzoek goedgekeurd.
2. Blijkt dat de werkelijke uitgaven aanzienlijk lager blijven of de inkomsten aanzienlijk hoger zijn dan de begroting, dan stelt de subsidieontvanger de minister daarvan zo spoedig mogelijk in kennis, onder opgave van de verschillen en de oorzaken daarvan.
3. Wijzigingen van activiteitenplan en begroting worden vooraf schriftelijk aan de minister ter goedkeuring voorgelegd. Indien binnen acht weken na indiening van het verzoek om goedkeuring de minister niet van bedenkingen heeft blijk gegeven, is het verzoek goedgekeurd.